Preken

Hieronder kunt u de meest recente preken nalezen die Vader Paul Brenninkmeijer voor onze gemeenschap hield.

Preek op de 6e zondag van Pasen (21 mei 2017)

Wij hoorden in de eerste lezing hoe de apostel Paulus en zijn metgezel Silas zeggen: geloof in de Heer Jezus en je zult gered worden. Voor de eerste christenen is het geloof in Jezus enorm bevrijdend geweest. Het verhaal van de aardbeving in de gevangenis waar Paulus en Silas gevangen zaten is er een symbolische uitbeelding van. Hun boeien waaraan ze vast zaten hielden hen niet langer gevangen. De apostel Paulus predikte deze vrijheid in de omgang met de regels van de Joodse wet. Niet-joden die in Jezus gingen geloven hoefden volgens Paulus niet de last van de besnijdenis te ondergaan, of verplicht te worden zich aan de Joodse spijswetten of sabbatregels te houden.

Paulus spreekt in zijn brieven over vrouwelijke predikers en hij doet er de groeten aan vrouwen die een christelijke gemeenschap in Rome of in andere steden leidden.  Ja maar, zult u misschien zeggen: Paulus eist toch dat vrouwen in de kerk hun mond niet open moeten doen of dat ze een hoofddoek moeten dragen. Of dat vrouwen onderdanig moeten zijn aan hun man.
Kenners van de H. Schrift tonen aan dat dit soort uitspraken niet van Paulus zelf zijn maar later in zijn geschriften terecht zijn gekomen of onder zijn naam geschreven zijn. U moet zich voorstellen dat voor Paulus en de zijnen in die eerste jaren na de dood van Jezus de wederkomst van Christus heel spoedig werd verwacht. Christenen wilden hier in hun bijeenkomsten op die wederkomst vooruit lopen en allerlei maatschappelijke scheidslijnen negeren. “In Christus is er noch man noch vrouw, noch Jood en Griek, noch slaaf en vrije mens.“

Maar na enige tijd wordt het duidelijk dat die wederkomst van Christus veel langer op zich laat wachten. En dan moet de jonge christelijk kerk zich noodgedwongen aanpassen aan de maatschappij om hen heen. En in die Romeins, Griekse wereld was het onbestaanbaar dat vrouwen een leidende rol konden spelen. Veel van wat wij nu als beperking en onvrijheid zien is vanaf toen gemeengoed geworden in de christelijke kerk. En zo ontmoeten wij vandaag de dag mensen die met het christelijk geloof zijn opgegroeid en dit hebben losgelaten omdat het voor hen te beperkend en te onvrij was. Veel emancipatie in onze maatschappij is ondanks de kerk tot stand gekomen. Het is goed om bij de eerste christenen die bevrijding die zij zelf hebben ervaren te ontdekken.

Dat is ook het geval in het evangelie over de genezing van een blindgeborene. Voor deze blindgeborene is Jezus zijn redder en zijn genezing een bevrijding. Maar tegelijk laat het verhaal zien hoe onvrij de omstanders nog zijn. Zelfs de leerlingen van Jezus zitten vast in hun vooroordeel dat een gehandicapte of blinde door God gestraft is voor eigen zonden of van die van zijn ouders. De omstanders en de religieuze leiders misgunnen de blinde zijn genezing omdat die op sabbat plaats heeft. Zelfs de ouders van de blindgeborene komen niet echt voor hun jongen op uit angst om in conflict te komen met de autoriteiten. Voor deze blinde werd Jezus werkelijk zijn redder. Hij is uit de synagoge gestoten, hij staat helemaal alleen, maar hij wordt opgenomen in de gemeenschap die vanuit Christus wordt gevormd.

Het verhaal van de genezing van zijn blindheid is ook een verwijzing naar de doop. In oude tijden werd de doop Verlichting genoemd. Ook bij Paulus zijn de ogen open gegaan. Toen hij op weg was naar Damascus om de christenen daar te arresteren, heeft hij een visioen gehad. Door het verblindend licht van dit visioen kan Paulus een tijd lang niets meer zien. Zijn ogen gaan open in een geheel nieuwe werkelijkheid. Hij hoorde de stem van Jezus die hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je mij? Jezus zei niet: waarom vervolg je mijn vrienden, mijn leerlingen? Maar waarom vervolg je mij? Jezus heeft hier op aarde een levend lichaam, van mensen die met Christus verbonden zijn in hun vreugde en in hun lijden. In en vanuit Christus wordt een nieuwe hechte gemeenschap gevormd.  Beste mensen, mogen ook wij nog meer leven vanuit deze volheid van Christus. Laten ook wij in deze individualistische wereld getuigen van die volheid en van de ware vrijheid die je in verbondenheid vindt.

 

Preek Pasen  (17 april 2017)

Bij de Joden wordt met Pasen het Bijbelse Hooglied  gezongen. Het lied der liederen zoals het letterlijk in het Hebreeuws heet is een dichtbundel waarin de liefde tussen een jongen en een meisje, een bruidegom en een bruid wordt bezongen. Het wordt aan koning Salomo toegeschreven, en het is altijd gezien als een symbool van de Liefde van God voor ons mensen. Het is veelzeggend dat het Hooglied als liefdesgedicht in de Bijbel is opgenomen. Het bevat de boodschap dat liefde tussen twee mensen een uitbeelding is van de liefde van God zelf. Ja, het wil zeggen dat God ons mensen lief heeft even hartstochtelijk en teder, even verrukkelijk en ontroerend als een verliefd stel. En daarmee heeft de liefde tussen twee mensen die zielsveel van elkaar houden iets heiligs, als iets van God zelf, God die juist in hun liefde aanwezig komt. Een liefde ook die de ander nooit wil loslaten. En omwille van deze liefde wordt God bruidegom genoemd en is zijn volk Israël zijn bruid.

Het Hooglied is vol van lente, vogels zingen, duiven koeren. De heerlijkste geuren komen op je af. Juist met Pasen beleeft de gelovige gemeente hoe intens God zijn mensen liefheeft. Pasen is immers het feest niet alleen van lente maar ook van bevrijding. God bevrijdt zijn geliefde mensheid uit alles wat terneer drukt en beknelt en Hij wil dat zijn volk tot volle bloei komt. Mijn lief, mijn volk: welkom in de ruimte van de liefde.
Voor ons christenen is Christus de bruidegom. En wij, zijn kerk, zijn de bruid. Niet voor niets wordt het huwelijk in de kerk sacrament genoemd. Gods woord is  vlees geworden, zoals we net hoorden. En daardoor wordt het aardse gehumaniseerd en geheiligd, wordt de liefde geheiligd. En bijzondere heiligen, mystici beschreven hun relatie met Christus onbevangen in erotische beelden. Zoals  Hadewych, Teresia van Avila en Johannes van het Kruis.

In het paasverhaal van de evangelist Johannes is Maria Magdalena symbool van de kerk als de geliefde uit het Hooglied. In het Hooglied wordt bezongen hoe de bruid wanhopig op zoek is naar de bruidegom. Zo is Maria Magdalena op zoek naar haar geliefde Christus, nadat zij het graf leeg heeft aangetroffen. En dan vindt zij Hem in die verrukkelijke lentetuin. Zij denkt eerst dat het de tuinman is totdat Hij haar naam roept: Maria, en Maria wil hem dan vastpakken. Maar de liefste is geen bezit. Wil ze hem vastgrijpen, dan ontglipt hij haar. ‘Raak me niet aan’, schrijft de evangelist Johannes met het Hooglied in gedachten. Maria Magdalena zou haar lieve Heer het liefst mee willen nemen. Maar dat kan niet.

Wij die zijn bruid de kerk zijn, zien Hem niet. Wij weten Hem alleen door geloof dichtbij. Maar dat geloof maakt ons wel enorm blij. Het is de vreugde van dit Paasfeest. Christus is Verrezen!
Staat er in het Hooglied niet: sterk als de dood is de liefde. We kunnen nu zeggen: sterker dan de dood is de liefde. Liefde heeft de dood overwonnen. De liefde van Christus is niet ten onder gegaan en zo is Hij ook nu bij ons. Hij heeft ons hartstochtelijk lief. Door de sacramenten geeft Hij ons telkens weer opnieuw een kus. In de doop zijn wij met Hem bekleed, zo lichamelijk dichtbij, in de Eucharistie verenigt Hij zich met ons door van Hem te eten en te drinken. En zo wordt ook onze onderlinge liefde versterkt.

Het geval wil dat wij vandaag een bruidspaar in ons midden hebben: Josi en Sent de Boer. Zij leven burgerlijk getrouwd met elkaar en met hun kinderen Kimberley en Marc. Na afloop van deze viering mag ik voor hen een zegengebed uitspreken. Ik ken hen van de bijbel-gespreksgroep in IJsselstein die al heel wat jaren maandelijks bij elkaar komt. Ik weet van hun lief en leed en ook hoe zij zelf de liefde van God en Christus zoeken en beleven en hoe zij vanuit hun onderlinge liefde hun hart heel gastvrij openen voor allerlei mensen, vaak jongeren die zij in hun huis opvangen. Voor hen is het nu helemaal een feest van liefde.
Laat voor ons allemaal deze Paasviering een feest van liefde zijn en met vreugde na afloop genieten van het Pascha en ander lekkers en genieten van ons samenzijn met elkaar: Christus is Verrezen. Ja waarlijk Verrezen!

 

Derde zondag van de vasten (19 maart 2017)

In verband met de extra lange duur van de viering – vanwege de Kruisverering voorafgaand aan, en de Litia volgend op de Goddelijke Liturgie – hield vader Paul deze zondag geen preek.

 

Preek op Zondag van het afscheid van vlees (19 februari 2017)

In deze tijd van Voor-vasten is het de zondag van het afscheid van het vlees en van het laatste oordeel. Op vakantie zag ik eens in Florence het baptisterium, de grote doopkerk bij de Dom. In een immens grote koepel is de hele schepping in fonkelend mozaïek uitgebeeld, met in het midden de  tronende Christus als wereld-rechter. Ik raakte daarover in gesprek met een joodse vrouw en hoewel Christus voor haar een andere betekenis heeft dan voor mij wisten we allebei: wij mensen leven hier op aarde  niet zomaar. Er is een laatste waarheid en ons leven is aan het oordeel van die waarheid onderworpen. Een waarheid die uitstijgt boven elke waarheid die wij bij onszelf op ons eentje koesteren. Wij leven in een tijd waarin mensen steeds meer hun eigen rechter willen zijn. Onafhankelijk van welke instantie dan ook, willen mensen bepalen wat hen zelf goed en juist lijkt en zo zoeken moderne mensen ook spiritualiteit. Het wordt dan een schrikbeeld om afhankelijk te moeten zijn, en men durft nauwelijks de eigen broosheid en kwetsbaarheid onder ogen te zien. Laat staan de eigen gebrokenheid en morele gebrekkigheid.
Het gevaar is dat ieder dan opgesloten raakt in zijn eigen zelfgenoegzaamheid, en dat leidt tot een grote eenzaamheid.

Maar gelukkig zijn wij mensen ook geschapen met gevoel. En gevoelens helpen ons om met andere mensen mee te voelen. Het helpt ons om ons open te stellen voor de kwetsbaarheid van hulpbehoevendheid van andere mensen. Het met andere mensen mee te kunnen voelen maakt ons pas echt menselijk. En die menselijkheid mag niet worden opgeofferd aan het ideaal van onafhankelijk te willen zijn.
In het evangelie van vandaag horen wij hoe ons leven onder een oordeel valt. Hoe onze daden uiteindelijk gewogen zullen worden.
En het criterium is in hoeverre we zijn ingegaan op de nood van andere mensen die wij in hun kwetsbaarheid hebben ontmoet. Waar komt het echt op aan komt in ons leven? Heb je die vreemdeling opgenomen? Heb je die naakte gekleed, die zieke of gevangene bezocht? “Wat ge de minste der mijnen hebt gedaan hebt ge aan Mij gedaan”.

U kent misschien wel het verhaal van dat vrouwtje dat vol boosheid en kwaadaardigheid geleefd had en in de hel terecht kwam. Maar toen herinnerde een engel zich dat ze ooit een ui had weggegeven aan een arme sloeber, en die ui zou haar nu kunnen redden. Een engel reikte haar een ui en ze greep die vast om zo uit de hel opgetrokken te kunnen worden. Maar er waren anderen die ook in de hel zaten en die grepen dat vrouwtje bij haar kleren vast om mee opgetrokken te worden, maar toen trapte dat vrouwtje die andere stakkers van zich af en op dat moment liet de engel de ui met het vrouwtje los. Haar boos-aardigheid waarmee ze de anderen geen redding gunde verhinderde dat zijzelf gered werd.

Het gaat om daden van menselijkheid, van het je niet beter achten dan anderen en het gaat erom dat je ook anderen hun redding niet weigert. En ja, dan is er nog iets. Ik denk dat dit evangelie vooral ook een waarschuwing is. Een waarschuwing voor alle tijden. Zelfs vrome mensen kunnen zo opgaan in hun vroomheid, dat hun medemens erdoor vergeten raakt. Natuurlijk leert Jezus dat we God moeten liefhebben, maar dit liefhebben van God verbindt Hij in één adem met de liefde tot de medemens.

Zoals gezegd zoeken mensen ook vandaag naar een spiritualiteit die henzelf bevalt. Ze kunnen er zelfs in zwijmelen. Er is een heel rijk aanbod van yoga, zen en kloosterweekends. Maar de God van de bijbel kan ons juist losrukken uit onze vrede, want God verschijnt ons soms ongelegen in de arme, de vreemde, de zieke of lijdende die bij ons aanklopt en die ons in onze verheven rust stoort. Grote heiligen, echte mystici hebben altijd gewaarschuwd: God is ook te vinden tussen de potten en de pannen, zei de H. Teresia van Avila, en de H. Teresia van Lisieux verliet haar bidcel en sloofde zich uit voor haar medezusters toen die ziek waren en was gewoon lief en zorgzaam voor ze. En zo leert Jezus ons vandaag dat het echt spiritueel is om open te staan voor een ander mens in zijn nood.