Preken

Hieronder kunt u de meest recente preken nalezen die Vader Paul Brenninkmeijer voor onze gemeenschap hield.

Preek van Pinksteren (21 mei 2018)
De bewieroking aan het begin, door de hele kerk heen, en de zang: “Koning van de hemel” roepen de H. Geest over onze gemeenschap  af. Zoals na de Hemelvaart van Jezus de apostelen samen met de vrouwen en met Maria biddend bijeen zijn in de bovenzaal om de Heilige Geest te ontvangen. Ze voelen zich veilig omdat de deur van de bovenzaal op slot is. En dan gebeurt het. Het huis wordt gevuld met een hevige windvlaag en vurige tongen verschijnen boven ieders hoofd. Aanduidingen dat de Heilige Geest, dezelfde Geest die Jezus bezielde, over hen gekomen is. De apostelen  worden andere mensen. Ze overwinnen hun angst. Nu kunnen ze niet langer in die bovenzaal opgesloten blijven. Ze moeten gewoon naar buiten. De deur gaat van het slot en de menigte buiten hoort hen spreken, ieder in zijn eigen taal. Het zijn niet alleen vriendelijke woorden die klinken. Zeker, ze vertellen over de opzienbarende daden van Jezus, maar dan wordt keihard gezegd: deze Jezus is door jullie toedoen aan de heidenen uitgeleverd om gekruisigd te worden. Dat is heel confronterend. Petrus is helemaal niet bang om deze beschuldiging te uiten. Maar hij vertelt er meteen bij dat God die Jezus die als een verworpen misdadiger gekruisigd is ten leven heeft gewekt, mensen vergeeft. Op het laatst wordt een grote groep toehoorders overtuigd en ze laten zich dopen in de naam van Jezus.

Wat er met de apostelen gebeurde is door Jezus al aangekondigd. We hoorden dat in het evangelie. Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij, roept Jezus uit. Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Ook dit is een aanduiding van de Heilige Geest.
Ook in onze tijd bezielt de H. Geest mensen van binnen uit. De Zuid-Soedanese bisschop Paride Taban is 82 jaar en met pensioen. Maar onvermoeibaar blijft hij zich inzetten voor vrede in zijn door oorlog verscheurd land. Hij stichtte een vredesdorp waar mensen van vijandige stammen leren samenwonen. Hij kreeg deze week een vredesprijs. Ook wij mogen ons niet achter dichte deuren opsluiten. De Heilige Geest drijft ons om aan te kloppen bij mensen met wie we overhoop liggen en zo tot elkaar te komen. Dingen uitpraten, en durven vergeven wat ons is aangedaan.
Maar er zijn ook binnen de christelijke kerk gedoopten die voor een dichte deur staan. Onlangs  verscheen een in het Nederlands vertaald boekje van de Jezuïet James Martin uit de VS.  Het heet: ‘een brug bouwen’ en het gaat erover hoe de katholieke kerk en de gemeenschap van homo’s, lesbische vrouwen, biseksuelen en transgenders kunnen bouwen aan een relatie van respect, begrip en fijngevoeligheid. Deze oproep staat  letterlijk in de catechismus van de katholieke kerk. Het boekje heeft de aanbeveling van twee kardinalen gekregen en ook van de bisschop van Antwerpen. Vaak hebben veel christelijke LHBTers het gevoel gekregen dat zij er in de kerk niet bij horen.  Met dit boekje lijkt er  iets te veranderen in de katholieke kerk en paus Franciscus heeft daar zeker een aanzet toe gegeven.

Maar onze missie gaat verder dan tot christelijk gedoopten alleen. Het vraagt moed om mensen die zich ook in onze samenleving buiten gesloten voelen op te zoeken. De oud deken van Utrecht Theo de Wit bezoekt elke zaterdag de voedselbank en komt zo in gesprek met heel wat behoeftigen in onze maatschappij. Het zijn vaak ook moslims. Er zijn veel christenen die bedenkingen hebben bij de Islam, door het geweld van Islam-extremisten. Maar talloos zijn de moslims die niets van dat geweld moeten hebben. Als de deur naar deze vele goedwillenden door christenen afgesloten wordt is dat heel fout. Er zijn ook veel misverstanden over het geloof die wij mogen weerleggen.  Christenen moeten naar buiten toe te laten zien dat hun geloof vrijheid en vreugde is, en geen benauwde plichtplegingen. Geen angstvalligheid. Soms vraagt het ook  de moed om te zeggen wat verkeerd is, zoals ook Petrus deed, zonder mensen daarvoor af te wijzen. Bovenal moeten we mensen van hoop zijn. Jezus heeft gezegd: de Geest waait waar Hij wil. De Geest van Christus is de Geest van Gods liefde die alle mensen in die liefde wil omvatten.

Preek op de derde zondag van Pasen   (15 april 2018) 
In de Paastijd ligt op het altaar een fraai geborduurde doek met het gestorven lichaam van Jezus dat ten grave wordt gedragen, het epitafion. Het was niet gebruikelijk dat gekruisigden meteen na hun dood begraven werden. Hun lijken bleven een tijd lang hangen als prooi van roofvogels, en op het laatst werden hun stoffelijke resten in een massagraf gegooid. Dit paste bij de ultieme vernedering van de kruisdood. Maar soms kreeg een gekruisigde toch een begrafenis. Dit was ook bij Jezus het geval, door toedoen van Jozef van Arimathea, een vooraanstaand lid van het Sanhedrin, die van Pilatus toestemming kreeg om Jezus te begraven. Deze Jozef wordt door de evangelist Lucas een rechtvaardige genoemd. Men wilde de dode lichamen ook niet laten hangen tijdens het joodse Paasfeest. Jezus werd haastig tegen het vallen van de avond in het graf gelegd. De apostelen deden hier niets, ze waren uit angst weggevlucht, alleen vrouwen die Jezus waren gevolgd keken van een afstand toe. In het Evangelie hoorden we hoe deze vrouwen na de Paassabbat naar het graf gaan voor de balseming van het lichaam. Maar ze vinden het lichaam van Jezus niet. Ze zijn te zeer verbijsterd en overweldigd van schrik om de boodschap te begrijpen van de engel in het graf..

Zojuist werd gezongen: Balsem is voor gestorvenen, maar Christus bleef van bederf vrij.  Hij die het Leven zelf is moet je niet op deze plek des doods, die het graf is, zoeken. Hij is Verrezen en zijn verrijzenis uit de dood schenkt nieuw leven. De Verrijzenis van Christus is van enorme belang voor ons. Het menselijk leven wint er door aan betekenis. Wij zijn meer dan enkel een lichaam. Wij zijn veel meer dan een tijdelijk fenomeen, dat een aantal jaren bestaat en dan weer definitief in de dood verdwijnt. In ons is ook een goddelijk element. Voor God kon deze Jezus niet zomaar in de dood verdwijnen. God heeft Hem uit de dood opgewekt. Omdat God zichzelf zag in Jezus. Door de Verrijzenis zien we dat de mens Jezus helemaal deel had aan het goddelijke leven. En de Verrezen Christus laat ons delen in zijn goddelijk verrijzenis-leven. Dit beleven we nu in deze goddelijke liturgie. Niet voor niets ligt het epitafion, hier op het altaar. Want op deze doek plaatsen wij zo dadelijk de gaven van brood en wijn. Ze worden zijn goddelijk lichaam en bloed. En wij mogen het eten en drinken. Uit het offer van Jezus’ leven ontstaat nieuw goddelijk leven! Zijn leven wordt vruchtbaar in ons. Wij mogen zijn lichaam worden. In principe is dit goddelijk leven er voor iedere mens. En zo krijgt iedere mens een oneindige waarde voor God.

De engel zegt tegen de vrouwen: ga naar Galilea: daar zul je Hem vinden. Galilea is in de ogen van veel joden een half heidens land. Wij mogen in Jezus’ voetstappen treden en net als hij helend en genezend rond gaan, vol van vergeving voor mensen die jou iets aandeden, de kinderen zegenend, gastvrij onze maaltijden delend met Jan en alleman, naar andere mensen toegaan met enkel vrede, we vertellen verhalen zoals Jezus deed, parabels, gelijkenissen die laten zien hoe God aan het werk is in deze wereld. Hoe God mensen gelukkiger wil maken, en hoe God nabij is aan ons mensen. We mogen laten zien dat er hoop is. Dankzij Jezus die de dood overwon en leeft en ook nu nog ook door ons in deze wereld bevrijdend werkzaam is. Toch blijft het verhaal over het lege graf iets heel mysterieus. Het gaat ons verstand te boven. Op zich is het lege graf nog geen bewijs dat Jezus is verrezen. Dat zijn de echte ontmoetingen die de leerlingen van Jezus met de Verrezen Jezus hadden veel meer. Maar is het lege graf ook niet een symbool van het mysterie dat heel ons bestaan is? Ons geloof doorbreekt het vanzelfsprekende, waarmee we gewoonlijk het leven bekijken, waarmee we alles een logische plaats geven, maar dat wel het mysterie miskent. Wetenschappers ontdekken hoe mysterieus de kleinste stoffelijke deeltjes zijn. De dingen zijn niet wat ze lijken. Het evangelie is vol van paradoxen: wie ten ondergaat en verliest, zal overwinnen, de laatsten zullen de eersten zijn. Wie zijn leven prijs geeft voor anderen, bewerkt nieuw leven. Goddelijk leven!

Preek met Pasen (2 april 2018)

Pasen is een mysterie, te groot om te bevatten. Maar wel is het hele nieuwe testament er zeker van dat er met de verrijzenis van Jezus een nieuw tijdperk is aangebroken. De eerste christenen zijn totaal andere mensen geworden. De evangelisten hebben wel moeite om onder woorden te brengen, wat er gebeurd is. Je hoort over een leeg graf, dat ook verklaard kan worden, als het dode lichaam van Jezus er uit was weggehaald. En over verschijningen van Jezus aan zijn volgelingen, maar hoe vaak menen nabestaanden niet hun dierbare gestorvene als een geestverschijning te zien? Pas als je het verhaal van het lege graf en de verschijningsverhalen tezamen meent, blijkt het iets opmerkelijks.
En ook dat het uitgerekend vrouwen zijn die vertellen dat Jezus is opgestaan, is opmerkelijk. Vrouwen werden in die tijd nooit serieus genomen als officiële getuigen. Het verhaal van deze vrouwen klinkt niet triomfantelijk. In het begin zijn ze overrompeld en volgens de evangelist Marcus durfden ze er van schrik eerst met niemand over te praten.
En toch komt er iets op gang dat volstrekt nieuw is. Jezus verrijst niet alleen zelf uit de dood, Hij komt tot leven in zijn leerlingen. Er is een wereld mogelijk zonder geweld, zonder angst, en zonder anderen te discrimineren en uit te sluiten. Maar dan kun je je wel afvragen: waarom zien we daar dan nog zo weinig van?

De Russisch orthodoxe priester Alexander Men, die in 1990 vlak na de val van het communisme, vermoord is, gaf een mooi  antwoord op deze vraag. Het christendom begint pas, zegt hij. Er zijn tweeduizend jaar voorbij gegaan met geweld, bloedvergieten, scheuringen, ook veroorzaakt door volgelingen van Jezus. Alexander Men zei letterlijk: In werkelijkheid doet het Christendom pas zijn eerste stappen, zijn aarzelende schreden in de mensengeschiedenis. Veel woorden van Christus blijven voor ons nog onbegrijpelijk. Wij zijn nog slechts Neanderthalers van de geest en van de moraal. Wat de geschiedenis van het Christendom laat zien zijn nog maar pogingen, vaak onhandige, of gebrekkige om het ideaal te realiseren. Natuurlijk zijn er grote Heiligen geweest. Andrei Roebliov was een groot icoonschilder, die in de drie-eenheidsicoon een goddelijk visioen schiep. Maar zij waren voorlopers en verhieven zich uit een oceaan van drek, bloed en tranen. Hun visioen behoort tot de geestelijke wereld, niet de banale aardse. Natuurlijk zijn er tallozen, ook in onze dagen, die zich inspannen om de wereld een stuk menselijker te maken, christenen en ook niet-christenen. Zij allen handelen in de geest van Christus.
Ik ontmoette deze week een Nederlander die in Oekraïne aan heel veel gehandicapte kinderen en wezen een beter leven geeft.  En op de scheur-kalender las ik vanmorgen over een zuster die in een dictatoriaal land onder de armen werkt, ze is haar leven niet zeker en slaapt elke nacht ergens anders. Enthousiast vertelt ze over haar werk onder verdrukte mensen. Op de vraag hoe ze dat volhoudt antwoordt ze: door de verrijzenis. Deze mensen leven uit het visioen dat Christus voor ogen had.  Die man en deze zuster leven uit het visioen dat Christus voor ogen had.

Mogen ook wij uit dit geestelijke visioen leven dat de verrezen Christus ons geeft. Alles is door Hem anders geworden. De apostel Paulus verwoordt het zo: niet ik leef meer, maar Christus leeft in mij. Door de verrijzenis van Christus zijn mensen niet langer objecten die op slinkse manier economisch of politiek worden gemanipuleerd, maar kinderen van God zelf. Door de Verrijzenis is ook bidden anders geworden. Niet de hemel bestormen om dingen van God gedaan te krijgen, zoiets als het referendum: je laat je stem horen, maar je weet niet of er naar wordt geluisterd. Nee, voortaan is het Christus zelf die in ons bidt, die in ons Abba Vader, roept, door de Heilige Geest. Dit brengt de nieuwe wereld dichterbij: vergeving is voortaan mogelijk; de dood die oppermachtig lijkt is overwonnen, aardse dingen zoals brood en wijn worden omgevormd. Mensen die dit beseffen zijn gelukkige mensen, ook al is hun leven vaak verre van gemakkelijk. Door de Verrijzenis van Christus wordt ons leven één lofzang.

Preek vijfde zondag van de Vasten (18 maart 2018)

Vandaag herdenkt de Byzantijnse traditie de heilige Maria van Egypte. Haar sterfdatum is 1 april in het jaar 522. Het verhaal van haar leven  herinnert er ons aan dat de Vastentijd ook een boetetijd is. De kloosterling Zosimas vertelt hoe hij Maria tegenkwam toen hij  de eenzaamheid van de woestijn in  was gegaan. Terwijl hij daar in gebed was en psalmen zong, zag hij in zijn ooghoek iets dat op een menselijk wezen leek. Het was een vrouw, met een door de hete zon zwart verbrande huid, haar haar was wit als wol en viel tot op haar schouders. Zij was naakt en toen zij de kloosterling ontwaarde vluchtte zij van hem weg. De oude monnik rende haar achterna en het kwam uiteindelijk tot een ontmoeting. De vrouw noemde door een wonderlijk weten de monnik bij zijn naam en vroeg hem een deel van zijn kleding naar hem toe te werpen zodat zij haar lichaam kon bedekken. Toen hij haar zijn oude en versleten mantel gegeven had kwam het tot een gesprek.
Maria’s levensverhaal werd een biecht. Hoe zij op het Egyptische platteland geboren was en dat zij op haar twaalfde levensjaar het ouderlijk huis verliet en dat ze daarna in Alexandrië als prostituee gewerkt had. Zeventien jaar later voegt ze zich uit nieuwsgierigheid, en om klanten te winnen, bij een groep pelgrims die scheep gaan naar Jeruzalem. Voor het feest van Kruisverheffing.
In Jeruzalem wordt haar door een onzichtbare kracht de toegang tot de Verrijzeniskerk ontzegd. Hierdoor krijgt ze berouw over haar zondige leven. Haar blik valt op een icoon van de Moeder Gods en huilend bidt ze Haar om hulp. Na een bezoek aan de kerk gaat ze op bevel van de Moeder Gods naar de woestijn aan de overkant van de Jordaan. De eerste zeventien jaar wordt ze gekweld door zondige gedachten.
Daarna vindt ze rust. Na zevenenveertig jaar ascetisch leven in de woestijn ontmoet ze voor het eerst een levend wezen, namelijk deze monnik Zosimas. Een jaar later ontvangt ze van Zosimas de communie.
Wanneer hij haar het jaar daarop wil bezoeken, treft hij haar dood aan. In het zand staat haar naam en sterfdatum geschreven: 1 april, kort na het ontvangen van de communie, een jaar eerder. Een leeuw helpt de monnik met het begraven van de heilige. Terug in het klooster vertelt Zosimas de monniken het verhaal van de heilige Maria van Egypte, dat later werd opgetekend en voor ons bewaard is.

In het Kondakion van deze zondag werd zojuist gezongen Gij, Maria, die eens een leven leidde van lichtzinnigheid werd door uw boete de bruid van de Heer. Gij verlangde te leven als de engelen, en hebt de Boze overwonnen door het wapen van het Kruis. Daarom verschijnt gij, o Maria, nu als de Bruid van het koninkrijk.
Als “bruid van de Heer” heeft Maria de ware liefde gevonden. Eerder in haar leven ging zij om met vele mannen. Maar dat was geen echte liefde. Het was eerder een gebruikt worden.
Het ontbrak de jonge Maria aan erkenning en waardering om wie zij werkelijk, van binnen, was.  Deze liefde vond Maria van Egypte in haar eenzaamheid, verbonden met Christus en zijn heilige Moeder.

Als het over seksualiteit gaat, heeft de kerk niet altijd de juiste toon gevonden. Gelukkig zijn  seksuele angsten als gevolg van een puriteinse opvoeding duidelijk minder geworden. Maar in onze wereld is seks helaas ook vaak banaal geworden, amusement, en commercieel. Respect en waardering en ook tederheid lijken daardoor af te nemen. Het geloof leert ons om de geestelijke diepte van de erotische liefde te zien, waar het Bijbelse Hooglied over spreekt. Ik sprak een man die tot voor kort jarenlang leed aan seksverslaving. Zijn huwelijk dreigde stuk te lopen. Sinds een aantal maanden is hij in therapie, ook met een groep lotgenoten. Maar tegelijk is het voor hem ook een godsdienstige therapie. Hij heeft de liefde van Christus ontdekt als het juiste medicijn. Christus die van hem houdt. En die hem leert om niet langer verslavende lust te zoeken maar om ook zelf liefde te geven. Mogen ook wij meer en meer door die liefde van Christus vervuld worden, om zo zelf liefde aan anderen te geven. Want Christus heeft zichzelf helemaal in liefde gegeven, tot op het kruis.