Preken

Hieronder kunt u de meest recente preken nalezen die Vader Paul Brenninkmeijer voor onze gemeenschap hield.

Preek op de 2e zondag na Pinksteren (18 juni 2017)

Als Utrechtse Byzantijnse gemeenschap zijn wij toegewijd aan de Moeder Gods van Wladimir. Op de icoon zien we de liefde tussen Christus en zijn moeder uitgebeeld. Heel innig, met de wangen tegen elkaar aan. Christus vertegenwoordigt God en Maria is symbool van de door God beminde mensheid, symbool ook van de kerk. De kerk is concreet hier en nu de lokale gemeenschap. Zoals Jezus in het evangelie gewone vissers riep zo zijn ook wij geroepen om van Gods liefde te getuigen. Een gemeenschap ben je pas als men je naam kent en als ze je missen als je er niet bent. Daarom is het koffie drinken na de viering zo belangrijk.

Tijdens de viering, voorafgaand aan de geloofsbelijdenis zingt de priester: laat ons elkaar liefhebben om eensgezind ons geloof te kunnen belijden. Wij belijden een God die liefde is en die in onderlinge liefde wordt ervaren.
We willen voortaan wat meer de geloofsbelijdenis in het Nederlands zingen, zodat iedereen mee kan zingen. In orthodoxe kerken gebeurt dat ook en dan in de taal van het land waar men de liturgie viert. Ons koor heeft een eenvoudige versie van deze belijdenis ingestudeerd, het is de tekst van de zogenaamde apostolische geloofsbelijdenis. In het Slavisch zingt het koor altijd de tekst van de geloofsbelijdenis die uitgebreider is en die de belijdenis van Nicea-Contantinopel wordt genoemd. De korte apostolische geloofsbelijdenis is niet van de apostelen zelf, maar stamt uit het jaar 170. De uitgebreidere geloofsbelijdenis is voor het grootste deel opgesteld door het Concilie van Nicea in 325, het laatste deel dat over de Heilige Geest gaat is in 381 toegevoegd bij het Concilie van Constantinopel.

Zowel de eenvoudige als de uitgebreide geloofsbelijdenis beginnen met de zin: ik geloof in God de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde. In de eerste eeuwen waren er filosofische stromingen die zich niet konden voorstellen dat de verheven God zich inliet met de materiële wereld. Het materiële en ook het lichamelijk trok een ziel juist van God af, dacht men. Om God te vinden moest een geest zich van het aardse en lichamelijke losmaken, vooral door ascese. Men dacht dat een tussenwezen tussen God en wereld, de wereld geschapen had. De christelijke kerk protesteerde hier tegen. God is werkelijk schepper van hemel en aarde. Vanuit diezelfde filosofie kon men zich ook niet voorstellen dat God werkelijk mens is geworden. Daarom volgt in de geloofsbelijdenis dat Jezus Christus als Zoon van God van eeuwigheid uit de Vader voortkomt, dat Hij licht van licht is en ware God uit de ware God en dat Hij geboren uit de maagd Maria mens is geworden. Dit is het onvoorstelbaar groot mysterie van Gods liefde voor deze wereld!

Het concilie van Constantinopel voegde toe dat de Heilige Geest uit de Vader voortkomt en met de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt. Karel de Grote gelastte tegen 800 dat hier werd toegevoegd dat de Geest voortkomt uit de Vader én de Zoon, in het latijn heet dat Filioque. Tweehonderd jaar lang hebben pausen tegen deze toevoeging geprotesteerd, totdat een paus zwichtte voor de druk van de Duitse keizer.
In 1054 leidde dit Filioque tot de breuk met de orthodoxe kerken. In onze Nederlandse byzantijnse gemeenschappen zingen wij de orthodoxe tekst en laten dit Filioque weg. Immers de Vader is de enige bron van alle goddelijkheid, zowel van de Zoon als van de Geest. De RK en protestantse kerken houden nog wel aan het Filioque vast.
De geloofsbelijdenis vervolgt dan met de belijdenis dat wij geloven in de kerk die één is, heilig, apostolisch en katholiek. Het Griekse woord katholiek betekent dat de kerk universeel is, en ruimte biedt aan mensen van allerlei talen en culturen. Een kerk kan dus niet nationalistisch zijn. Slavisch orthodoxen zeggen sobornuju, van sobor, dat gemeenschap betekent. Protestanten vertalen dit met algemeen.
Aan het einde belijden wij dat er vergeving van zonden is, en dat dit aardse leven een opgang is naar een vernieuwd leven, waar ook ons lichaam getransformeerd zal worden in een nieuw bestaan, als een deelhebben aan de Verrijzenis van Christus. Moge dit alles ons helpen om ons geloof meer bewust te belijden.

Preek van Pinksteren (5 juni 2017)

We hoorden hoe op Pinksteren de apostelen enthousiast over Jezus en zijn evangelie vertelden aan een menigte afkomstig uit allerlei volken, die allemaal een andere taal spraken. En het wonder was dat die hen verstonden. Onze menselijke taal kan ons mensen van elkaar afsluiten of juist verbinden. Er zijn woorden van vijandschap en oorlog en woorden verzoening en vrede. Woorden kunnen ook het mysterie van ons aller leven oproepen, zoals bij een mooi gedicht, maar woorden kunnen ook het mysterie ontluisteren, al is het maar door te veel geredeneer.

In dit Pinksterverhaal gebeurde het tegendeel van de torenbouw van Babel uit het boek Genesis. In Babel bouwden de mensen een enorme hoge toren. Toen ze er aan begonnen spraken ze  nog allemaal eenzelfde taal. Een taal die erop gericht was dat mensen een absolute macht konden vormen. Want de toren moest tot in de hemel reiken. Het werd een macht tegen God. God houdt niet van totalitaire macht waar iedereen aan onderworpen is. Daarom, zo wordt verteld, bracht God de taal van de torenbouwers in verwarring. Ze begonnen allemaal een andere taal te spreken. Daardoor staakten ze de bouw van de toren en verspreidden de mensen zich overal op de aarde. En dat was juist Gods bedoeling. Dat de aarde die God geschapen had tot in de verste uithoeken bewoond en ontwikkeld zou worden. Daardoor ontstond een veeltalige en veelvormige en veelkleurige wereld.

En toch kon het daar niet bij blijven. God koos zich een volk uit, met Abraham als stamvader, een volk dat een droom zou gaan koesteren van een nieuwe veelvormige eenheid onder de mensen. Een droom van vrede ook. Zo zegt de profeet Jesaja: op die dag zal de berg met de tempel van de Heer verheven zijn boven alle heuvels en bergen. Alle volken zullen daar heen stromen. God zal ons onderrichten en wij zullen zijn paden bewandelen. Dan zullen ze hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en lansen tot sikkels, geen volk zal het zwaard heffen tegen een ander volk, geen mensen zal nog weten wat oorlog is. Wij vieren vandaag dat er al iets van die profetie in vervulling is gegaan, hoe God een einde heeft gemaakt aan de Babylonische spraakverwarring.  Mensen gaan Gods taal verstaan en zelf spreken. De enige taal waardoor mensen elkaar over en weer kunnen begrijpen.

Tijdens de tweede wereldoorlog zat de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer in Berlijn in de gevangenis waar hij vlak voor het einde van de oorlog terecht gesteld is. Maar hij putte troost uit het visioen van het Pinksterfeest. Hij beluisterde in de taal van de Nazi’s, de toespraken van Hitler, een totalitaire taal, de taal van Babel. Een taal die eenheid afdwingt door anderen tot vijand te maken, met name de Joden. Ook in onze dagen is er nationalistische retoriek, ook in ons land, gelukkig meestal niet gewelddadig maar ook weer niet bepaald vriendelijk tegenover vreemdelingen. Bonhoeffer schreef dat juist de kerk de plaats moet zijn waar dit Pinksterwonder zich herhaalt en mensen zich oefenen om elkaar te leren begrijpen, hoe verschillend ze ook zijn.
De Heilige Geest breekt iets in ons open om verder te kijken dat het belang van je eigen groep, je eigen volk. Om bv open te staan voor vluchtelingen die aan de oorlog ontkomen zijn, mensen bezield met een groot verlangen naar vrede en eenheid tussen de mensen en die noodgedwongen nu in ons land hun weg moeten zoeken.

Beste mensen, mogen ook wij steeds meer leren om Gods taal te verstaan en ook te spreken. Een taal die niemand wil uitsluiten, een taal van vrede en die spreekt van vergeving als jou iets is aangedaan. Een taal van verzoening die een einde maakt aan vijandschap. Een taal die het mysterie oproept dat alle mensen omvat. Dat vraagt veel geloof en geduld. Want wij mensen spreken nog vaak een heel verschillende taal, omdat we zoveel verschillende belangen en uitgangspunten hebben. We moeten het diepe verlangen verstaan dat de meeste mensen diep in hun hart voelen: om met elkaar te mogen leven in vrede. En dit diepe verlangen herkennen en eerbiedigen. En daar in de praktijk van ons leven naar handelen.

Preek op de 6e zondag van Pasen (21 mei 2017)

Wij hoorden in de eerste lezing hoe de apostel Paulus en zijn metgezel Silas zeggen: geloof in de Heer Jezus en je zult gered worden. Voor de eerste christenen is het geloof in Jezus enorm bevrijdend geweest. Het verhaal van de aardbeving in de gevangenis waar Paulus en Silas gevangen zaten is er een symbolische uitbeelding van. Hun boeien waaraan ze vast zaten hielden hen niet langer gevangen. De apostel Paulus predikte deze vrijheid in de omgang met de regels van de Joodse wet. Niet-joden die in Jezus gingen geloven hoefden volgens Paulus niet de last van de besnijdenis te ondergaan, of verplicht te worden zich aan de Joodse spijswetten of sabbatregels te houden.

Paulus spreekt in zijn brieven over vrouwelijke predikers en hij doet er de groeten aan vrouwen die een christelijke gemeenschap in Rome of in andere steden leidden.  Ja maar, zult u misschien zeggen: Paulus eist toch dat vrouwen in de kerk hun mond niet open moeten doen of dat ze een hoofddoek moeten dragen. Of dat vrouwen onderdanig moeten zijn aan hun man.
Kenners van de H. Schrift tonen aan dat dit soort uitspraken niet van Paulus zelf zijn maar later in zijn geschriften terecht zijn gekomen of onder zijn naam geschreven zijn. U moet zich voorstellen dat voor Paulus en de zijnen in die eerste jaren na de dood van Jezus de wederkomst van Christus heel spoedig werd verwacht. Christenen wilden hier in hun bijeenkomsten op die wederkomst vooruit lopen en allerlei maatschappelijke scheidslijnen negeren. “In Christus is er noch man noch vrouw, noch Jood en Griek, noch slaaf en vrije mens.“

Maar na enige tijd wordt het duidelijk dat die wederkomst van Christus veel langer op zich laat wachten. En dan moet de jonge christelijk kerk zich noodgedwongen aanpassen aan de maatschappij om hen heen. En in die Romeins, Griekse wereld was het onbestaanbaar dat vrouwen een leidende rol konden spelen. Veel van wat wij nu als beperking en onvrijheid zien is vanaf toen gemeengoed geworden in de christelijke kerk. En zo ontmoeten wij vandaag de dag mensen die met het christelijk geloof zijn opgegroeid en dit hebben losgelaten omdat het voor hen te beperkend en te onvrij was. Veel emancipatie in onze maatschappij is ondanks de kerk tot stand gekomen. Het is goed om bij de eerste christenen die bevrijding die zij zelf hebben ervaren te ontdekken.

Dat is ook het geval in het evangelie over de genezing van een blindgeborene. Voor deze blindgeborene is Jezus zijn redder en zijn genezing een bevrijding. Maar tegelijk laat het verhaal zien hoe onvrij de omstanders nog zijn. Zelfs de leerlingen van Jezus zitten vast in hun vooroordeel dat een gehandicapte of blinde door God gestraft is voor eigen zonden of van die van zijn ouders. De omstanders en de religieuze leiders misgunnen de blinde zijn genezing omdat die op sabbat plaats heeft. Zelfs de ouders van de blindgeborene komen niet echt voor hun jongen op uit angst om in conflict te komen met de autoriteiten. Voor deze blinde werd Jezus werkelijk zijn redder. Hij is uit de synagoge gestoten, hij staat helemaal alleen, maar hij wordt opgenomen in de gemeenschap die vanuit Christus wordt gevormd.

Het verhaal van de genezing van zijn blindheid is ook een verwijzing naar de doop. In oude tijden werd de doop Verlichting genoemd. Ook bij Paulus zijn de ogen open gegaan. Toen hij op weg was naar Damascus om de christenen daar te arresteren, heeft hij een visioen gehad. Door het verblindend licht van dit visioen kan Paulus een tijd lang niets meer zien. Zijn ogen gaan open in een geheel nieuwe werkelijkheid. Hij hoorde de stem van Jezus die hem zei: Saul, Saul, waarom vervolg je mij? Jezus zei niet: waarom vervolg je mijn vrienden, mijn leerlingen? Maar waarom vervolg je mij? Jezus heeft hier op aarde een levend lichaam, van mensen die met Christus verbonden zijn in hun vreugde en in hun lijden. In en vanuit Christus wordt een nieuwe hechte gemeenschap gevormd.  Beste mensen, mogen ook wij nog meer leven vanuit deze volheid van Christus. Laten ook wij in deze individualistische wereld getuigen van die volheid en van de ware vrijheid die je in verbondenheid vindt.

 

Preek Pasen  (17 april 2017)

Bij de Joden wordt met Pasen het Bijbelse Hooglied  gezongen. Het lied der liederen zoals het letterlijk in het Hebreeuws heet is een dichtbundel waarin de liefde tussen een jongen en een meisje, een bruidegom en een bruid wordt bezongen. Het wordt aan koning Salomo toegeschreven, en het is altijd gezien als een symbool van de Liefde van God voor ons mensen. Het is veelzeggend dat het Hooglied als liefdesgedicht in de Bijbel is opgenomen. Het bevat de boodschap dat liefde tussen twee mensen een uitbeelding is van de liefde van God zelf. Ja, het wil zeggen dat God ons mensen lief heeft even hartstochtelijk en teder, even verrukkelijk en ontroerend als een verliefd stel. En daarmee heeft de liefde tussen twee mensen die zielsveel van elkaar houden iets heiligs, als iets van God zelf, God die juist in hun liefde aanwezig komt. Een liefde ook die de ander nooit wil loslaten. En omwille van deze liefde wordt God bruidegom genoemd en is zijn volk Israël zijn bruid.

Het Hooglied is vol van lente, vogels zingen, duiven koeren. De heerlijkste geuren komen op je af. Juist met Pasen beleeft de gelovige gemeente hoe intens God zijn mensen liefheeft. Pasen is immers het feest niet alleen van lente maar ook van bevrijding. God bevrijdt zijn geliefde mensheid uit alles wat terneer drukt en beknelt en Hij wil dat zijn volk tot volle bloei komt. Mijn lief, mijn volk: welkom in de ruimte van de liefde.
Voor ons christenen is Christus de bruidegom. En wij, zijn kerk, zijn de bruid. Niet voor niets wordt het huwelijk in de kerk sacrament genoemd. Gods woord is  vlees geworden, zoals we net hoorden. En daardoor wordt het aardse gehumaniseerd en geheiligd, wordt de liefde geheiligd. En bijzondere heiligen, mystici beschreven hun relatie met Christus onbevangen in erotische beelden. Zoals  Hadewych, Teresia van Avila en Johannes van het Kruis.

In het paasverhaal van de evangelist Johannes is Maria Magdalena symbool van de kerk als de geliefde uit het Hooglied. In het Hooglied wordt bezongen hoe de bruid wanhopig op zoek is naar de bruidegom. Zo is Maria Magdalena op zoek naar haar geliefde Christus, nadat zij het graf leeg heeft aangetroffen. En dan vindt zij Hem in die verrukkelijke lentetuin. Zij denkt eerst dat het de tuinman is totdat Hij haar naam roept: Maria, en Maria wil hem dan vastpakken. Maar de liefste is geen bezit. Wil ze hem vastgrijpen, dan ontglipt hij haar. ‘Raak me niet aan’, schrijft de evangelist Johannes met het Hooglied in gedachten. Maria Magdalena zou haar lieve Heer het liefst mee willen nemen. Maar dat kan niet.

Wij die zijn bruid de kerk zijn, zien Hem niet. Wij weten Hem alleen door geloof dichtbij. Maar dat geloof maakt ons wel enorm blij. Het is de vreugde van dit Paasfeest. Christus is Verrezen!
Staat er in het Hooglied niet: sterk als de dood is de liefde. We kunnen nu zeggen: sterker dan de dood is de liefde. Liefde heeft de dood overwonnen. De liefde van Christus is niet ten onder gegaan en zo is Hij ook nu bij ons. Hij heeft ons hartstochtelijk lief. Door de sacramenten geeft Hij ons telkens weer opnieuw een kus. In de doop zijn wij met Hem bekleed, zo lichamelijk dichtbij, in de Eucharistie verenigt Hij zich met ons door van Hem te eten en te drinken. En zo wordt ook onze onderlinge liefde versterkt.

Het geval wil dat wij vandaag een bruidspaar in ons midden hebben: Josi en Sent de Boer. Zij leven burgerlijk getrouwd met elkaar en met hun kinderen Kimberley en Marc. Na afloop van deze viering mag ik voor hen een zegengebed uitspreken. Ik ken hen van de bijbel-gespreksgroep in IJsselstein die al heel wat jaren maandelijks bij elkaar komt. Ik weet van hun lief en leed en ook hoe zij zelf de liefde van God en Christus zoeken en beleven en hoe zij vanuit hun onderlinge liefde hun hart heel gastvrij openen voor allerlei mensen, vaak jongeren die zij in hun huis opvangen. Voor hen is het nu helemaal een feest van liefde.
Laat voor ons allemaal deze Paasviering een feest van liefde zijn en met vreugde na afloop genieten van het Pascha en ander lekkers en genieten van ons samenzijn met elkaar: Christus is Verrezen. Ja waarlijk Verrezen!