Preek op de 4e zondag na Pinksteren, 20 juni
Bij niemand in Israël heb ik een zo groot geloof gevonden, zegt Jezus.
Geloof is vertrouwen. Jezus prijst de Romeinse hoofdman, de centurio, om zijn groot vertrouwen, terwijl de man een heiden is. De kinderen van Israël brengen dat lang niet allemaal op. Op een ontroerende manier illustreert de hoofdman de aard van dit vertrouwen. Zoals hij bevelen geeft aan zijn ondergeschikten, en deze doen wat hij beveelt, zo heeft Jezus macht door zijn woord. De macht van God zelf komt in Jezus aan het licht, wat blijkt uit de genezing van de verlamde knecht van de honderdman. We krijgen hiermee als gelovigen het voorbeeld van vertrouwvol geloof dat iemand opbrengt die niet uit een gelovige traditie komt, een niet-Jood, een heiden.
Beste mensen, er zijn tegenwoordig jongeren die zonder geloof opgegroeid, toch ontdekken dat er een leegte is in hun leven die de wereld van vandaag niet kan vullen. Zij vinden het antwoord in het geloof. Hierdoor is de generatie Z, jongeren, van 18 tot 25 jaar méér gelovig dan de iets oudere generatie. Vaak tonen zij een heel persoonlijke relatie tot Christus. Ik sprak een jongen die niet gelovig opgevoed uit eigen beweging onlangs met Pasen gedoopt is. Hij vertelde mij hoe het geloof hem een vrij mens maakt. De wereld biedt allerlei verlokkingen die je uiteindelijk slaaf maken als je daar te veel aan toegeeft. Zoals Paulus het vandaag in het epistel verwoordt: je bent geen slaaf meer, als je Christus toebehoort. In de Byzantijnse liturgie valt de grote eerbied op voor het Mysterie van God dat gevierd wordt. Maar het goddelijke en het menselijke horen wel helemaal bij elkaar. De honderdman in het evangelie heeft zijn geloofsvertrouwen niet enkel voor zichzelf, hij is enorm begaan met een ondergeschikte, zijn knecht die hij als een medemens ziet. In de versie van Lukas van dit verhaal staat zelfs dat de honderdman heel veel van zijn knecht houdt. Geloof en Godsvertrouwen gaat samen met de liefde tot de naaste. Heeft Jezus niet gezegd: niet ieder die tot mij zegt Heer, Heer, gaat binnen in het koninkrijk der hemelen. En de apostel Johannes schrijft in zijn brief, als iemand zegt dat Hij God bemint maar tegelijk zijn broeder minacht of haat, die is een leugenaar. En dit alles geldt ook voor ons.
Als wij in onze vieringen iets van het Godsmysterie beleefd hebben gaan we niet meteen naar huis. Belangrijk is dat wij na de viering elkaar ontmoeten. Bij de koffie merken we hoezeer we een gemeenschap vormen die met elkaar meeleeft, in wel en wee. Het mysterie van God opent ons ook voor het mysterie van onze medemens, in wie God tegenwoordig is: wie hij of zij ook is, zonder dat we mensen op voorhand buitensluiten. Zoals Jezus de Romeinse hoofdman tegemoet kwam. Vandaag bij het patroonsfeest van onze gemeenschap eindigen we de viering met een gebed bij de icoon van de Moeders Gods Wladimirskaja. Want Maria is onze voorspraak bij God voor het welzijn van onze gemeenschap. Op de Wladimirskaja icoon zien we hoe Jezus die God is zijn aardse moeder omhelst, met een handje om haar hals. Hij drukt zijn wang tegen die van zijn moeder. Hier zien we hoe het goddelijke en het menselijke helemaal met elkaar verenigd, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
vader Paul
Preek met Pinksteren, 25 mei 2026
Wij vieren vandaag het feest van de Heilige Geest. Wind en adem zijn bekende beelden om de Geest aan te duiden: je kunt de wind niet zien, maar je ziet wel wat wind teweeg brengt. Minder bekend is het beeld van het water om de Heilige Geest aan te duiden. We hoorden het zojuist in het evangelie. Als iemand dorst heeft kome hij tot mij. Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. De oude kerkvaders noemen water als symbool van de Heilige Geest omdat alles leeft en groeit en bloeit dankzij het water. En hoe water talloos verschillende planten en bomen vruchtbaar maakt. En dit gebeurt ook in mensen. Bij de één bewerkt de Geest van God de gave van profetie, bij de ander de gave van genezing, weer een ander legt de Schrift uit. De geest doet anderen uitblinken door zelfbeheersing, of door grote barmhartigheid. En in iemand als Navalny zie je hoe de Geest iemand aanzet tot martelaarschap.
De Geest blijft dezelfde, zoals water, maar de uitwerking is in ieder mens weer anders. En tegelijk brengt de Heilige Geest mensen die allemaal heel verschillend zijn tot elkaar. In liefde en verbondenheid die de polarisatie om zeep helpt. Het is het Pinksterwonder dat mensen met verschillende talen elkaar ineens gaan verstaan.
De Geest als water zien we op een bijzonder manier aan het werk bij het doopsel. Vanouds is de doop nauw verbonden met de zalving met chrisma olie, het sacrament van het Vormsel. Vandaag zullen Arnold en Mariska uit ons midden door dit sacrament van het Vormsel heel persoonlijk de Heilige Geest ontvangen. Zij hebben als kind het sacrament van de doop al ontvangen in een Protestantse kerk. Maar zij kiezen er voor hun geloof het meest te beleven volgens de Byzantijnse ritus binnen de katholieke kerk die we gemeen hebben met de Orthodoxe kerk.
Wat dit alles betekent voor hen en voor ons zien we als we de icoon bekijken van de nederdaling van de Heilige Geest. We zien de apostelen op een u-vormige bank tegenover elkaar zitten. In het midden is een lege plek. Hier is Christus mee aangeduid, die niet meer zichtbaar is, maar wel aanwezig. We zien naast die lege plek Petrus en Paulus, op deze twee apostelen is de kerk gebouwd. Ook al was Paulus er met dit Pinksterfeest nog niet bij. Vanuit een hemelsegment dalen de stralen van de Heilige Geest over deze leerlingen van Jezus neer. Onder de icoon zien we een zwart donker gat. En daar staat een gekroonde figuur. Dit is Kosmos, en dat betekent Wereld. De wereld heeft geen echte hoop, de wereld is vol onrecht en kwade machten die de dienst uitmaken. Maar de wereld is wel ontvankelijk voor de blijde boodschap die op een witte doek door de kosmosfiguur ontvangen wordt. De werking van de Heilige Geest blijft niet beperkt tot de kerk, maar is gericht op de wereld. Ook de wereld van vandaag. De Geest wil in deze door oorlog en strijd verscheurde wereld vrede, eenheid en liefde bewerken. Ook door ons. Op een heel persoonlijke manier mag ieder van ons getuigen van de liefde van God door ons doen en laten, onze manier van leven. Tegenover het geweld van de wereld met keiharde machten, hebben wij niet meer dan zachte krachten. Maar, zo is ons toegezegd, de zachte krachten zullen uiteindelijk overwinnen. Moge dit ons bemoedigen.
Vader Paul
Overweging op de 3e zondag van Pasen, 19 april 2026
Medechristenen, Medepaasgelovigen,
Zojuist hoorden we de laatste woorden, die de evangelist Marcus zelf schreef. De overige 12 verzen zijn een toevoeging uit de kring van zijn volgelingen. ‘t Lijkt erop alsof er een verslag wordt verhaald, maar het Evangelie is geen geschiedenisboek of journaal of een verhaal uit een dagboek. Het Evangelie is een boodschap, dat niet een geschiedenis verhaalt, maar dat ons aanspreekt in onze dagen. Natuurlijk staan er wel historische feiten ook in de Bijbel, maar dat is niet waar het om gaat.
In het gedeelte dat we deze zondag horen, verhaalt Marcus dat er over de rouw overleg en vragen geweest moeten zijn bij de vrouwen en mannen, die Jezus tot en met zijn begrafenis gevolgd hebben. Maar je kunt zijn dode lichaam toch niet zonder behandeling in dat stenen graf laten liggen? Vanwege hun respect voor de sabbat – zeg maar: de zondagsrust van de Joodse gemeenschap - kregen ze één dag de tijd om onderling te overleggen hoe het verder moest gaan nu hun Heer en Meester er niet meer was. En wanneer de sabbat voorbij is, worden zij vroeg in de morgen – ze laten er geen gras over groeien – geconfronteerd met het feit dat de steen verplaatst is. Dat is een schok; dat veroorzaakt paniek. Dat is grafschennis en dan zit er ook nog een engelachtig iemand. Dat veroorzaakt ook nog eens schok. Maar zijn woorden bedaren hun schrik niet. Dit alles drijft hen weg en volgens Marcus gebeurt er niet wat hen is opgedragen: ze vluchten en zeggen verder niets.
De evangelisten, Mattheus en Lucas, die hun evangelie later schrijven dan Marcus eindigen heel anders; van hen weten we dat de vrouwen, die bij het graf waren naar de leerlingen gegaan zijn en hen op de hoogte hebben gebracht van wat zij gezien en gehoord hebben. En die kwamen toen ook in beweging. De blijvende verkondiging tot in onze dagen vraagt ook van ons, dat we de Heer niet bij het graf moeten zoeken, maar in ons dagelijks doen en laten de verrezen Heer een plaats dienen te geven.
En dienen-te-geven betekent zoveel, dat wij mensen elkaar dienen: vertrouwvol met elkaar omgaan. Dat is een niet geringe taak; dat hebben ook de leerlingen ervaren, zo hoorden we in de eerste lezing uit de Handelingen. Zij hebben mensen gezocht als medewerker, die zij diakens noemden; we zeggen nu: om als collega’s die taak met elkaar samen op te nemen en zo ontstond in de vroegste tijd al het ambt van diaken.
Het geen ere-ambt om dat te mogen doen. In principe zijn wij allen, die de naam van christen dragen, geroepen om de liefdes-boodschap van de Heer uit te dragen. Bij mijn diakenwijding zei in zijn preek bisschop Ernst toen uitdrukkelijk dat het niet de gewijde mensen zijn voor wie het werk van de liefdesboodschap is voorbehouden, maar ieder heeft daarin een eigen taak, opdracht en kennis om mensen inspiratie door te geven.
Vaak wordt in ons spraakgebruik gesproken over het lege graf. Begrijpelijk! Persoonlijk geloof ik niet dat het graf leeg was – al geloof ik wel, dat de Heer verrezen is - maar dat we eigenlijk zouden moeten spreken over een ‘open’ graf. Weet u wat ‘leeg’ is? Een koektrommeltje waar het laatste koekje is uitgenomen of een leslokaal, wat door iedereen verlaten is of de groenteschaal, waar niets meer in zit. Maar een open graf wil eigenlijk zeggen, dat we door de openheid moeten zien naar wat als toekomst in de samenleving voor ons ligt en wat daar aan goedheid en menselijkheid moet gebeuren.
De myrondraagsters – de vrouwen bij het graf waren weliswaar teleurgesteld; laten wij die teleurstelling niet doorgeven, maar wel de boodschap, die zij aan de leerlingen hebben gebracht.
Amen.
vader Wim Tobé
Preek met Pasen, 6 april 2026
Iemand heeft gezegd: de kern van het christendom is het lege graf. Het evangelie van Marcus vertelt over vrouwen die ontdekken dat het graf van Jezus leeg is. Een jongeman in een wit gewaad zegt hun dat ze Jezus daar niet vinden. Hij is verrezen en de vrouwen moeten aan de andere leerlingen zeggen dat ze naar Galilea moeten gaan: daar zullen ze Hem zien. Marcus eindigt zijn evangelie met te zeggen dat de vrouwen weg vluchtten van het graf, overweldigd door schrik en ze zeiden er niemand iets van. Maar feitelijk zet de evangelist met dit open einde ons aan het denken. Ga naar Galilea, daar zul je hem vinden. Wil de evangelist zeggen dat we het evangelie opnieuw moeten lezen? En dat we dan Jezus weldoende bezig zien in het Galilea dat deze hedendaagse wereld is?
Het lege graf doet ons ook denken aan het binnenste van de joodse tempel. In het heilige der heiligen staat de ark van het verbond. Met aan weerszijden twee engelen, cherubs. Boven de ark is alleen maar een leegte. In tempels van andere religies was er altijd een godenbeeld. Soms helemaal van goud.
In ons Bijbels geloof moeten we elke concrete voorstelling van God loslaten, want het wekt alleen maar misverstand. Steeds weer werd en wordt de leegte gevuld met valse godsvoorstellingen. God wordt te vaak voor eigen karretjes gespannen. Van ‘Deus vult’, God wil het, bij een bloedige kruistocht, ‘Gott mit uns’’ op de koppelriem van Duitse soldaten, het voeren van een ‘Heilige oorlog’ in naam van God, en het claimen van een land dat door God aan dit bepaalde volk en niet aan een ander volk gegeven zou zijn. Dit is allemaal afgoderij. Net als de ‘spierballen god, van ‘wij’, die tot de goeden behoren, tegen ‘zij’, de slechteriken.
Maar de ware God is vlees geworden in een kwetsbare mens, als licht in onze duisternis verschenen. Maar de duisternis nam het Licht niet aan, hoorden we in het evangelie van Johannes.
We moeten de duisternis van onze eigenwaan en pretenties loslaten. en ook het gewicht van onze aardse zorgen, voorzover dat ons lukt. Loslaten ook allerlei vermoeiende ideeën die ons beheersen. Zoals het idee dat je leven niet leeg mag zijn, dat er altijd iets spannends moet zijn en niet gewoon alledaags. We moeten accepteren dat ons werk ons niet áltijd voldoening geeft, accepteren dat een relatie ook iets onvolmaakts mag hebben. Accepteren dat er een leegte is in onze ziel die door deze wereld niet gevuld kan worden: een gat in onze ziel. Pas dan kan God die leegte vullen.
Christus is het Woord waardoor alles geschapen is, in en door wie alles bestaat. Zo hoorden we zojuist in het evangelie van Johannes. En zo vinden we de diepste betekenis van ons leven. En als we hiervoor open staan kunnen we Christus ook ontmoeten in de lijdende medemens in het Galilea van deze tijd. De oude kerkvader Augustinus zei: ‘als je God voorstelt als een superieur wezen, of als een licht dat we met onze ogen kunnen zien, of als een eerbiedwaardige grijsaard, dan moet je dat allemaal loslaten. We weten alleen dat God liefde is. Woon in de liefde en zij zal wonen in jou’.
vader Paul