Preek op Pinksteren, 20 mei 2024

We vieren Pinksteren. Buiten is alles vol groen. Groen is vanouds de liturgische kleur van Pinksteren. De groene kleur betekent dat de Heilige Geest heel de schepping tot rijping en tot volle bloei brengt. Niet alleen de aarde met planten en dieren, maar ook de mensen. Hoe komen mensen tot bloei? Niet alleen als we lichamelijk gezond zijn. Meer zelfs nog, als we innerlijk groeien. De Heilige Geest komt ons hier te hulp. Want diep in ons hart leeft er een oprecht verlangen naar liefde en vrede. De Heilige Geest voedt dit verlangen.
Maar daarbij moeten we wel loskomen van ons al te enge ik, ons ego met zijn eigenbelang, en we moeten ons verdiepen in wat een ander nodig heeft en verlangt. We moeten ook loskomen van wantrouwen en van de angst voor de ander die anders is dan wij zelf. Beseffen dat die ander net zo goed een mens is zoals ikzelf. Ook al heeft die ander een andere cultuur met een andere taal.

We hoorden in het epistel mensen uit allerlei volkeren staan open voor de prediking van de apostelen van de gekruisigde Jezus, door God uit de dood opgewekt. Parten, Meden en Elamieten, Grieken, Romeinen, noem maar op. Ondanks dat ze verschillende talen spreken, worden ze allemaal diep in hun hart geraakt. Zo gaan ze open staan voor mensen die anders zijn, in goede verstandhouding, begrip en empathie.
Wat er met Pinksteren in Jeruzalem gebeurde is het tegendeel van wat er gebeurde met Babel. De mensen in Babel hadden in hun hoogmoed een enorm hoge toren gebouwd, maar ze raakten onderling in verwarring. Ze werden verstrooid over de aarde. Met een veelheid van talen. Maar dit was juist Gods bedoeling. God wil dat de wereld tot bloei komt door variatie. Een veelkleurige aarde, rijk met de veelheid van menselijke culturen en talen. De gehele aarde moest zo bewoond worden. De mensheid mocht niet opgesloten blijven in een eenheidstaat, zoals Babel. Niet langer onvrij in een samenleving die met geweld en dwang bij elkaar wordt gehouden.

Nog steeds zijn er dictatoriale machten, net als Babel. Daar bepalen de machthebbers wat de mensen moeten denken en hoe ze moeten handelen. Er is daar in de media enkel één taal, de taal van de machthebbers. De onderdanen worden opgestookt om neer te kijken op iedereen die anders is. Die dictatoriale machten kunnen hun onderdanen ook een oorlog in jagen. Ook al hebben we in ons eigen land geen dictatuur, toch raken mensen ook hier gevangen in polarisatie, of in een rivaliteit met andere mensen. Pinksteren wil hier een einde aan maken. Er is een nieuwe wereld mogelijk waar we als mensen niet tegen elkaar worden opgezet. Dan wordt het uiteindelijk een wereld vol vrede. Het is nog een visioen. Maar we mogen in klein verband iets van dit grote visioen realiseren, met de hulp van de Heilige Geest. En dit gebeurt vooral waar mensen elkaar vergeven. De Geest van de Verrezen Christus is immers een geest van vergeving. Omdat Jezus op het kruis zijn beulen vergaf en na zijn Verrijzenis vergeving gaf aan de leerlingen die Hem in de steek gelaten hadden, kan er door Zijn Heilige Geest iets heel nieuws tussen mensen opbloeien. Dan zijn we geen afzonderlijke eenlingen meer, maar kunnen we samen delen van al wat God ons geeft. Zo komen we werkelijk als mens tot bloei.

vader Paul

 

 

 

 

 

Preek met Pasen, 1 april 2024

Er is een oude Chinese wijsheid die zegt: Geluk betekent de ervaring van volheid, geluk vind je niet als je eigen leegte zelf wil vullen. Volheid is iets dat ons overkomt, iets dat ons geschonken wordt. Wij ervaren leegte in gebrekkige relaties, eenzaamheid, ziekte, verlies van dierbaren, vijandschap. Wij hebben ook vragen waarbij we met lege handen staan. Het is een troost dat ook Jezus leegte heeft gekend: Hij heeft het zwaarste lijden op het kruis doorstaan. ‘God mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?’ ‘Het is volbracht’, waren volgens Johannes zijn laatste woorden. Maar hierdoor heeft Hij volheid gebracht. Vanuit zijn volheid hebben wij liefde en trouw ontvangen, zo hoorden wij in het evangelie. Hoe kunnen wij leven vanuit deze volheid, en niet uit iets waarmee we zelf de leegte verjagen die anders ondraaglijk is? Na de dood van Jezus staarden de vrouwen die Jezus kwamen balsemen in de leegte van zijn graf. De engel zegt dat ze het daar niet moeten zoeken. Jezus is niet te vinden in het lege graf. Maar dan ontdekken de verbaasde leerlingen geleidelijk zijn aanwezigheid, op een nieuwe manier. In alledaagse gebeurtenissen, zoals een wandeling met een vreemdeling op weg naar Emmaüs, het roosteren van een vis op het strand. Maria Magdalena ontdekte Hem in de tuinman. De leerlingen beleefden Zijn volheid als ze samen brood en wijn deelden. We hoorden zojuist in het evangelie van Johannes: Het Woord is vlees geworden en Hij heeft onder ons gewoond. Het machtige Woord van God in en door wie alles geschapen is, is een kwetsbaar mens geworden, weerloos tegenover het geweld van deze wereld. Jezus heeft zichzelf helemaal gegeven in liefde tot de dood op het kruis toe. Maar Hij leeft onder ons. En dat maakt alles anders. Hij is aanwezig waar mensen oprechte liefde geven aan elkaar, in trouw en in vergevingsgezindheid. Hij is aanwezig waar mensen de nood die er is lenigen door met elkaar te delen. Hij is daar waar de waardigheid van mensen in het geding is. We hoeven geen geluk meer te zoeken vanuit de leegte van onze onvervulde verlangens. Hij is er en dat is ons geluk.

Alexej Navalny durfde hier de laatste jaren van zijn leven helemaal uit te leven. Toen hij in Berlijn herstelde van de vergiftiging van Novisjok verdiepte zich zijn geloof intens. Hij volgde Jezus door naar zijn vaderland terug te gaan, wetend dat het zijn leven zou kosten. Terwijl Navalny zelf gedetineerd was ontmaskerde hij de onvrijheid, de leegte en het gemis aan geluk bij diegenen die hem zouden vermoorden, omdat ze zelf gevangen zitten in hun verslaving aan macht en geld. De volheid van Christus maakt ons pas echt vrij. Navalny is voor alle christenen een voorbeeld.

vader Paul

Overweging bij de Vespers 5e zondag van de Vasten, 16 maart 2024

Morgen is het de 5e zondag van de vasten. Dan gedenkt de byzantijnse traditie de heilige Maria van Egypte, die leefde in de 6e eeuw. Wat we weten van deze heilige is door een monnik Zosimas verteld. Deze Zosimas was de eenzaamheid van de woestijn in gegaan. Terwijl hij daar in gebed was en psalmen zong, zag hij in zijn ooghoek iets dat op een menselijk wezen leek. Het was een vrouw, met een door de hete zon zwart verbrande huid, haar haar was wit als wol. Ze bleek Maria te heten en ze vertelde hem haar levensverhaal. Het werd een biecht. Zij kwam uit Egypte en werkte in Alexandrië als prostituee. Na zeventien jaar gaat ze met een groep pelgrims mee naar Jeruzalem, uit nieuwsgierigheid, en om klanten te winnen. In Jeruzalem krijgt ze plotseling berouw over haar zondige leven. Haar blik valt op een icoon van de Moeder Gods en huilend bidt ze Haar om hulp. Op bevel van de Moeder Gods gaat ze naar de woestijn aan de overkant van de Jordaan. De eerste tijd wordt ze daar gekweld door verwarrende gedachten. Daarna vindt ze rust. Na zevenenveertig jaar ascetisch leven in de woestijn ontmoet ze voor het eerst weer een levend wezen, namelijk deze monnik Zosimas. Een jaar later ontvangt ze van Zosimas de Heilige Communie. Wanneer hij haar het jaar daarop wil bezoeken, treft hij haar dood aan. In het zand staat haar naam en sterfdatum geschreven: 1 april, kort na het ontvangen van de communie, een jaar eerder. Een leeuw helpt de monnik met het begraven van de heilige.
Terug in het klooster vertelt Zosimas de monniken het verhaal van de heilige Maria van Egypte. In het tweede Troparion wordt zo dadelijk gezongen:
In u, o moeder Maria, werd zichtbaar, hoe Gods evenbeeld, de mens, gered werd. Gij nam het kruis op en volgde Christus, en daardoor leerde gij ons verder te kijken dan enkel ons lichaam, en zorg te dragen voor het leven, dat sterker is dan de dood. Daarom, 0 Maria van Egypte, verheugt u zich met de engelen.                     

Maria van Egypte had ontdekt dat wij mensen geschapen zijn als beeld van God. In plaats van betaalde liefde, wat helemaal geen liefde is, ontdekte ze de ware liefde bij de Moeder Gods en bij Christus. Wij mensen zijn voortdurend op zoek naar wie wij werkelijk zijn, in ons diepste wezen. En vandaar uit moeten we onderzoeken wat onze taak hier op aarde is. Hoe we ons spiritueel kunnen ontwikkelen, onze innerlijke wereld, onze moraal. Mogen ook wij in alles gedreven worden door ware liefde, in het spoor van Maria van Egypte. We hoeven niet zo ascetisch te leven als zij, maar we kunnen ons wel beperkingen opleggen in deze vastentijd en nog meer dan anders hulp geven aan mensen die dit heel hard nodig hebben.

vader Paul

 

Preek op de 1e zondag van de vasten,  18 febr. 2024

In het evangelie horen we hoe menselijk de ontmoeting van Jezus was met de eerste leerlingen. Heel menselijk laat Jezus zijn nieuwe vrienden zien waar hij woont. Maar Jezus is wel een heel bijzonder mens. Natanaël noemt hem zelfs Zoon van God. De vorige keer heb ik in preek verteld over het begin van onze geloofsbelijdenis: Hoe Jezus Christus God uit God is, Licht van Licht. En hoe Jezus uit de dood verrezen zetelt aan Gods rechterhand en zal wederkomen. Tot zover is de tekst van de geloofsbelijdenis afkomstig van het concilie van Nicea in 325.

Vandaag gaat het over de Heilige Geest, een toevoeging die het concilie van Constantinopel in het jaar 381 geformuleerd heeft. Net zoals de Zoon van eeuwigheid uit de Vader voortkomt, zo geldt dit ook voor de Heilige Geest. De orthodoxe kerk en ook wij als Byzantijns katholieken belijden zingend dat de Geest voortkomt uit de Vader. De westerse kerk heeft in de 11e eeuw toegevoegd dat de Geest voortkomt uit de Vader én de Zoon. Dit laatste is een van de oorzaken van het schisma tussen de Latijnse en de Griekse kerk in 1054. Het Filioque, Latijns voor ‘en de Zoon’, is zo een bron van onenigheid geworden.
Maar we laten dit discussiepunt graag aan theologen over. Wat orthodoxen en katholieken samen belijden is dat de Vader de bron is van de goddelijkheid van de Zoon en van de Geest. En vervolgens dat de Heilige Geest Gods werkzame aanwezigheid is in de kerk, in ons persoonlijk leven en in de wereld. Ook na Jezus’ sterven en verrijzen blijft Jezus door de Heilige Geest bij ons.
En zo spreekt de geloofsbelijdenis vervolgens over de kerk. Als westerse katholieken zijn we gewend de kerk vooral als een institutie te zien, een organisatie met de paus van Rome aan het hoofd. Maar de geloofsbelijdenis benadrukt dat de kerk van Christus werk is van de Heilige Geest, een spirituele werkelijkheid. Maar de kerk is ook mensenwerk en deelt in de zondigheid van heel de mensheid. De kerk kent groei en verval. In West-Europa krimpt de kerk, in Afrika bloeit de kerk. De Heilige Geest leidt de kerk door de eeuwen heen, ondanks ketterjacht, het toelaten van slavenhandel, vervolging van joden, discriminatie van vrouwen en van seksuele minderheden en het seksueel misbruik.

In onze tijd worden wij ons veel meer van bewust hoe fout dit alles was, dankzij de werking van de Heilige Geest. De Geest waait waar Hij wil en zo kan de Geest ook buiten de zichtbare kerk in deze wereld werkzaam zijn. Dan zegt de belijdenis: ik geloof dat de kerk ondanks alle verdeeldheid toch één is, dat ze apostolisch is, trouw aan wat de apostelen ons hebben doorgegeven. Dat ze ondanks alle zondigheid toch heilig is en dat ze katholiek is. Katholiek betekent: voor heel de wereld, voor alle volkeren met hun verschillende talen en culturen. Het houdt een opdracht in om een inclusieve kerk te zijn, die geen groepen mensen buiten sluit. Het betekent dus niet: dat ik geloof in de Rooms-katholieke kerk met uitsluiting van de orthodoxe of protestantse kerken. De Rooms-katholieke kerk heeft de opdracht om samen met deze andere kerken steeds meer de ene kerk van Jezus Christus te worden. Er is dan ook één doopsel tot vergeving van zonden, waarin we als christenen van gescheiden kerken allemaal in delen. En zo mogen we toegroeien naar de opstanding van de doden en het leven het Komend Rijk, waar God alles in allen zal zijn.

vader Paul

Preek op de Zondag van de tollenaar en farizeeër, 21 januari 2024

Het is vandaag de eerste zondag van de voorvasten. De kerk wil ons nu al erop voorbereiden om straks de grote Vasten in de goede gesteltenis te beleven. De tollenaar die God nederig om vergeving vraagt geeft het goede voorbeeld. In tegenstelling tot de zelfvoldane Farizeeër. Nederigheid is ook de gesteldheid waarmee wij elke zondagsviering de geloofsbelijdenis zingen. In de preek wil ik hier extra aandacht aan geven.

Geloven is iets persoonlijks, we zingen en zeggen ‘ik geloof’, maar we doen dit wel samen. Geloven doe je niet op je eentje. De ene keer geloof je zelf meer dan een andere keer. De ene mens is meer overtuigd dan een ander. Maar samen vormen we de gemeenschap van de kerk die voluit gelooft. De woorden van de geloofsbelijdenis zijn geen theologisch traktaat, maar een dankbare lofzang. Het Latijnse woord credo komt van cor dare, dat is letterlijk: je hart geven, je hart openstellen voor God. De geloofsbelijdenis begint met ‘ik geloof’. In de Hebreeuwse taal drukt het woord geloven uit dat wij houvast vinden, dat wij vastgehouden worden door God. Het woord ‘amen’ is een vervoeging van dit woord. God houdt van mensen en laat ze niet los.

En dan spreekt de geloofsbelijdenis uit: God is de Schepper. Toen de tekst van de geloofsbelijdenis werd vastgesteld, bij het concilie van Nicea in 325, waren er stromingen die God zo verheven achtten dat God zich nooit kon inlaten met de materiele zichtbare wereld. Een soort halfgod, een tussenwezen, zou de wereld hebben geschapen. Nee, zegt de kerk, God is de schepper van hemel en aarde. En niet alleen in het begin, bij de oerknal, zouden we nu zeggen, maar voor altijd.
Het Nederlandse woord almachtig wordt nogal eens verkeerd begrepen. Het betekent niet dat God in een keer al het kwaad en de dood kan verhinderen. Maar het duidt op Gods machtige werkzaamheid in alles, ondanks alles wat tegenzit. Moderne wetenschappers die gelovig zijn ontdekken steeds meer de prachtige samenhang, symmetrie en finetuning in de wiskundige formules van de wetten die het heelal in stand houden. Het vervult ze van grote nederige bewondering.

Dan gaat de geloofsbelijdenis verder over Jezus Christus. Rond 325 waren veel christenen aanhangers van de Egyptisch priester Arius. Zij meenden dat Jezus een schepsel was, wel een heel bijzonder schepsel, maar zelf niet goddelijk. Zij konden zich niet voorstellen dat de verheven geestelijke God een materieel lichaam kon aannemen. Maar het concilie van Nicea belijdt dat God mens geworden is in Jezus Christus. Deze is één in wezen met de Vader. In God is geen eenzaamheid, Christus is God uit God, Licht uit Licht. God is relatie in dialoog, een uitwisseling van geven en ontvangen. God wil de wereld niet aan zijn lot en aan het kwaad dat er heerst overlaten. God wordt mens, om het menselijk leven te delen en zo te redden. Onder Pontius Pilatus wordt Jezus ter dood veroordeeld. Hij die de liefde zelf is, wordt door mensen afgewezen. Daarmee is Jezus een van de talloze slachtoffers die door ons mensen worden uitgebannen omdat ze niet passen in het overheersende recht van de sterkste. Dit recht van de sterkste leidt tot de dood. Maar die kan niet het laatste woord hebben, daarom belijden wij Gods macht die Jezus opwekt uit de dood. De liefde is sterker dan de dood. Dat is onze vreugde.
En dit vieren wij elke zondag. Niet voor niets betekent ‘zondag’ in de Russische taal ‘Woskressenie’, Verrijzenis. De volgende keer preek ik over het vervolg van de geloofsbelijdenis.

Vader Paul

Preek op Kerstmis 2023

Met Kerstmis is een geliefd lied ‘Stille Nacht’. Maar nergens staat in het evangelie vermeld dat Jezus ’s nachts geboren is. In het Oud- testamentische boek van de wijsheid staat: ‘In het midden van de nacht terwijl een diepe stilte alles omgaf, daalde Uw goddelijk woord van de hemeltroon neer naar de aarde’. Men zag dit als een voorspelling van de geboorte van Christus. Bij stilte hoort vrede. De engelen zingen van vrede als ze aan de herders de geboorte van Jezus aankondigen. Tijdens de eerste en tweede wereldoorlog waren er kerstbestanden. De kanonnen zwegen en soldaten van vijandige kampen zongen samen met elkaar kerstliederen.
Hoe verlangen wij nu in 2023 niet allemaal naar vrede?

Laat het krijgsrumoer van de wereld verstommen. Christus wil er niet alleen zijn voor een paar Kerstdagen, Hij wil er altijd zijn in deze wereld, in ons leven, in ons hart. De wereld ziet er niet vrolijk uit. We zoeken naar lichtpuntjes, maar ze lijken schaars. Daar kun je ’s nachts van wakker liggen. Het lukt je niet om in slaap te vallen. Sombere gedachten komen bij je op, zorgen over jezelf, over wat je misschien verkeerd hebt gedaan, zorgen over je kinderen of andere dierbaren, zorgen over wat er gaande is in de wereld. Je kan het helemaal stil maken als je jezelf ziet als een hoge berg. Rond die berg verschijnen wolken en die verdwijnen ook weer. Die wolken zijn jouw gedachten. Ze komen en gaan. Ook je sombere gedachten. Laat ze los, adem heel langzaam in, en adem ook weer langzaam uit. Dan komt er rust over je, de rust van een standvastige berg. En dan kan het gebeuren dat Christus tot je spreekt: Komt allen tot Mij die uitgeput bent en onder lasten gebukt gaat, en Ik zal je rust en verlichting schenken.  
Toch laten de berichten van de raketten en drones die Oekraïne of Gaza verwoesten, met zoveel onschuldige slachtoffers, je nog niet met rust. Maar ook dan spreekt Christus tot je: weet wel, Ik heb de wereld overwonnen. Ik ben de Alfa en de Omega, begin en einde. Hij heeft het laatste woord.

Op deze tweede Kerstdag herdenkt de byzantijnse kerk ook Maria. We kennen niet alleen het beeld van haar als de moeder die haar kind als verlosser aan de wereld toont, maar ook als piëta, met de gestorven Jezus op haar schoot. Net als zoveel moeders in Oekraïne, Israël en vooral ook Gaza zien we foto’s van moeders met hun gedode kinderen. Tegelijk herinneren ons Maria’s lofzang, het Magnificat: Machthebbers stoot Hij van de troon en Hij verheft de geringen. De Verrezen Christus en zijn hemelse moeder brengen een weldadige stilte temidden van deze rumoerige wereld. Hoe gaan we hiermee verder? Grote heiligen wijzen ons de weg door het gewone leven. De heilige Teresia van Avila stond met twee benen op de grond. Ze schreef dat we niet in een roze hemel leven maar gewoon met ons lichaam hier op aarde. Teresia vond dat de twee zusters Martha en Maria die Jezus op bezoek kregen, allebei gelijk hadden, Maria zat stil aan de voeten van de Heer, maar zonder de zorgen van Martha zou Jezus niets te eten hebben gekregen. Ook schreef ze dat je God ook kan vinden tussen de potten en de pannen. Gewoon door Gods wil te doen in de gewone dagelijks dingen. Maar wel vanuit een innerlijke gerustheid dat God bij je is, altijd.
Mogen ook wij een evenwicht vinden tussen rust en stilte, en tegelijk volop onze aandacht geven aan de dingen die we moeten doen uit liefde voor God en voor onze naasten en voor deze aarde. Dit alles zal een stille kracht zijn, die dwars tegen alle onderdrukkende en verwoestende machten, tegen haat en geweld in, een wereld kan scheppen waar meer vrede is.

vader Paul

Preek op de 25e zondag na Pinksteren, 19 november 2023

De hoorders van Jezus luisteren met spanning hoe de eenzame reiziger wordt overvallen en van zijn kleren beroofd bloedend langs de weg ligt. Ze voelen medelijden en zijn verontwaardigd als een priester en leviet aan die gewonde man voorbij lopen. Misschien zijn die bang omdat de rovers nog in de buurt kunnen zijn, of bang om ritueel onrein te worden door de aanraking met deze gewonde man. Maar wat die hoorders totaal niet verwachtten is dat een Samaritaan zich vol zorg en liefde buigt over deze gewonde man.

‘Wie is mijn naaste’ vroeg de wetgeleerde aan Jezus. Een naaste lijkt ook voor ons iemand die dicht naast ons staat, die wij als een medemens herkennen omdat wij iets gemeenschappelijks hebben, dezelfde familie, iemand die ook onze taal spreekt, van het zelfde volk is, die onze cultuur of leefwijze deelt, iemand met dezelfde huidskleur. Maar Jezus bedoelt hier met een naaste iemand van een ander volk, een ander geloof, iemand die als een vijand gezien wordt. Die wordt de naaste van de gewonde reiziger langs de weg.
Dit is helemaal niet vanzelfsprekend. Hoezeer we ons thuis kunnen voelen bij mensen die ons het naast staan, zo moeilijk is het om mensen van een andere cultuur, godsdienst of huidskleur, als onze naaste te zien, laat staan iemand van een volk dat wij als vijandig beschouwen. Eigenlijk is dit de erfzonde. De hele mensheid is ermee behept. Wij mensen voelen angst voor wie anders is dan wat ons vertrouwd is. Het vreemd zijn van de ander wordt als een bedreiging gezien. Het is steeds opnieuw een bron van conflicten en van geweld. Zeker als mensen van een andere bevolkingsgroep onze eigen groep aanvallen. Al of niet vermeend. Dan volgt er een tegenaanval om wraak te nemen. We zien het in de vele brandhaarden in deze wereld. We zien het dagelijks in het TV Journaal.
En zo ligt de mensheid zelf gewond langs de weg. Hulpeloos omdat we deze conflicten met hun geweld niet kunnen voorkomen.

En in deze ellende komt ons Christus tegemoet, Christus zelf is de barmhartige Samaritaan die ons wil bevrijden van de angst voor de ander die anders is. Die ons hiervan schoonwast door het water van het doopsel, en die onze wonden geneest door de olie van het vormsel en met de wijn van de eucharistie, en zo laat delen in het wonder van de vergeving. Die ons thuisbrengt in de herberg van de kerk. En zo krijgt de kerk de betekenis van een veldhospitaal, zoals Paus Franciscus de kerk noemt. Een veldhospitaal, tegelijk hekelt de paus het klerikalisme, denk aan de priester en de leviet, klerikalisme ook als oorzaak van misbruik. Het gaat de paus om een hiervan uitgezuiverde gemeenschap. Waar iedereen, ook diegene die heel anders is dan wij, met een andere taal en cultuur een tehuis vindt. Waar niemand meer een vreemde is, omdat we tezamen in Gods liefde zijn opgenomen. En van hieruit mogen wij als open mensen in het leven staan. We moeten het begrip kerk hier wel ruim opvatten, het gaat om al die plekken waar de Geest van Christus mensen tot verzoening brengt. Waar deze Heilige Geest mensen helpt om zich in te leven in de gevoelens van de ander die anders is dan wijzelf.
Zoals die Israëliër die op 7 oktober zelf zijn dochter verloor door de aanval van Hamas. Hij zei: ‘ook in Gaza leven moeders die huilen om hun gedode kinderen’. Er is maar één weg, zei deze joodse vader en dat is dat we vrede sluiten met elkaar. Zo mogen mensen naasten worden van elkaar.

vader Paul

 

Preek op de Zondag van de Vaders van het 7e concilie.  15 okt 2023

In de 8e eeuw begon een hevige strijd tegen de verering van iconen. Halverwege die eeuw kwam daar verandering in. Het concilie van 787 dat wij vandaag gedenken verdedigde de iconenverering. Omdat God werkelijk mens is geworden mag Christus naar zijn mensheid worden afgebeeld. In de heiligen zien wij hoe mensen worden omgevormd naar het beeld van God. En daarom mogen ook heiligen worden afgebeeld op iconen en vereerd. Zo kunnen ook wij net als zij worden omgevormd, toegroeiend naar de gelijkenis met God.
Iconen laten de diepste spirituele bestemming van elke mens zien. God is de materiele wereld ingetreden. Materie bemiddelt de genade. Christus genas niet enkel door zijn woord, maar ook door aanraking met speeksel en slijk. De mens is geroepen de materiele schepping tot vervulling te brengen in Christus, zodat God kan zeggen: ‘het is zéér goed’.
Op iconen zien we bergen, bomen, planten en dieren in een paradijselijke staat. Iconen leren ons eerbied. Een icoonschilder gaat zorgvuldig en eerbiedig om met pigmenten die uit aarde en planten gewonnen zijn en met dierlijk eigeel. Zo mogen wij allemaal in ons dagelijks leven ook omgaan met wat de aarde voortbrengt om ons te voeden, met spullen om je huis in te richten en wat niet al.

Deze eerbied voor de geschapen materiele wereld betreft natuurlijk ook de eerbied voor Gods schepselen, de dieren en zeker ook de mensen. We zien op iconen hoe Christus ons indringend aankijkt, met mensenogen. Ogen vol mededogen maar ook met ogen die een appèl op ons doen. Dit leert ons wat een ontmoeting tussen mensen onderling betekent. Zoals de Franse denker Emmanuel Levinas heeft gezegd: in het gelaat van de ander, zien wij iets heel bijzonders. De ogen van een medemens zijn het meest kwetsbaar, en tegelijk stralen ze iets onverbiddelijks uit waar je niet omheen kunt. We zien ogen die heel indringend vragen dat wij hem of haar recht doen en niet afwijzen. In de ander met een kleine letter zien wij zo de Ander met een hoofdletter. Iets van God zelf doet een beroep op ons door de ogen van de ander. Zeker de ander die anders is als wijzelf of die niet tot onze eigen bevolkingsgroep behoort. Vaak roept die vreemde ander vrees op zodat we die ander als een bedreiging voor ons zien. Dan vergeten we dat het een mens is, net zoals wij.

Bij grote conflicten en oorlogen leidt die vrees voor de ander tot geweld. En vaak gaat dit samen met misbruik van religie. Hamas en de joodse kolonisten beroepen zich allebei op God. De kolonisten en ultra zionisten zeggen dat het gehele Palestijnse land door God aan de joden geschonken is. Hamas zegt dat dit zelfde land door Allah enkel aan de Moslims gegeven is. Dan is er in dit land, dat wij het heilige land noemen, geen plaats meer voor de ander die niet tot het eigen volk behoort. Hamas nam op een verschrikkelijke manier wraak op de onderdrukking in Gaza en de bezetting met geweld van de kolonisten op de Westoever. En Israël slaat meedogenloos terug. Het lijkt uitzichtloos
In Rusland worden soldaten die in Oekraïne vechten en doden gezegend met iconen. In de iconen zouden zij juist moeten zien hoe Christus één is geworden met de slachtoffers van geweld overal in de wereld.

vader Paul