Preek op de Zondag na Kruisverheffing,
19 sept. 2021                  

Afgelopen dinsdag 14 september was het feest van Kruisverheffing. Toen Helena, de moeder van keizer Constantijn het kruis van Jezus terugvond in Jeruzalem werd daarna in het jaar 334 op 14 september de H. Grafkerk gewijd. De vondst van het heilig kruis leidde tot een ruime verspreiding van kruisrelieken en verering van het Heilig Kruis. Na afloop van deze viering zullen ook wij het kruis vereren. Wat gaat er dan bij ons om? Ik moet denken aan het volgende. Iemand reisde op een dag in de metro. Hij vertelde: een meisje van ongeveer 11 jaar stapte met haar ouders de volle trein binnen en je kon aan haar zien dat ze het Down syndroom had, een mongooltje wordt dit wel genoemd. Er was genoeg ruimte om door de trein te lopen en terwijl ze dat deed trok dit meisje de forenzen die aan lussen hingen aan de mouw en zei bij iedereen heel luid: ‘are you happy? I am happy! Are you happy?‘ Niemand was erop voorbereid om zomaar te erkennen gelukkig te zijn en sommigen negeerden haar zelfs en doken weg in hun krant. Maar het meisje bleef lachen en haar ouders lachten ook. Maar om de een of andere reden leken de anderen het op dat moment niet leuk te vinden. Deze forenzen hielden liever hun anoniem masker op. Ze leken bang te zijn mens te worden tegenover dat kwetsbare meisje. Met strakke gezichten bleven ze kijken. Ze vielen niet uit de plooi.. Ze waren beslist niet happy. Deze forensen wilden zich niet laten storen bij het compromis dat ze met het leven gesloten hebben.

Beste mensen, eigenlijk is het kruis van Jezus ook een confrontatie. Zoiets als de ontmoeting met een meisje met het syndroom van Down.  Het stelt ons een vraag hoe wij zelf in het leven staan. Aan het kruis hangt een naakte man, een geslagen en bij uitstek kwetsbare mens op het moeilijkste moment van zijn leven. Gekweld door hevige pijnen. Wij mensen willen het diepe lijden dat hier wordt getoond ook in ons eigen leven het liefst uit de weg gaan. Er liever niet mee geconfronteerd worden en het wegdrukken als het ons te dichtbij komt. Totdat je er op een bepaald moment niet meer omheen kan.
Een jongeman van 25 jaar vertelde mij dat hij in een diepe crisis terecht was gekomen. Als kind van gescheiden ouders twijfelde hij heel erg aan zichzelf. Totdat hij ontdekte: vanuit dit dieptepunt kan ik alleen nog maar omhoog gaan. Dat betekende wel dat hij zijn beperkingen onder ogen moest zien en ook wat hem was aangedaan, zonder anderen te beschuldigen. Hij moest ook eerlijk erkennen wat zijn eigen falen was geweest,. Natuurlijk heeft een mens in zo’n crisis het recht om boos te zijn, maar het is niet goed als boosheid het leven gaat overheersen. Het leven is te mooi om het door haat te laten vergiftigen. En gaandeweg ontdekte deze jongeman wat er aan positieve energie vrij kwam om weer verder te kunnen gaan. Voor wie uit een crisis opstijgt, kan het leven weer gaan toelachen. Dan kan een mens zeggen: I am happy, want ik ben een diepe crisis te boven gekomen en ik heb ervan geleerd.
En wie dan het kruis van Jezus onder ogen komt gaat iets herkennen. Daar hangt een mens net als wij, met vertwijfeling en vragen: ‘God mijn God waarom hebt Gij mij verlaten’. En zoals jij je niet wil laten vergiftigen door wrok en haat zo bracht ook de gekruisigde  vergeving op: ‘vergeef het hun Vader want ze weten niet wat ze doen’. Je herkent de hoop die het kruis ons geeft bij de woorden tegen de goede moordenaar: ‘heden zul je met Mij zijn in het paradijs’. Wie door het leven gelouterd is heeft ook overgave geleerd. ‘Vader in uw handen beveel ik mij’. En is de opleving na een diepe crisis niet een teken van Verrijzenis? En ook dat zien we in het kruis van Jezus: doorgang naar nieuw leven.

Het grootste gevaar is niet dat wij geslagen worden door lijden en verlies, het grootste gevaar is dat wij door het leven afgestompt raken, dat wij onverschillig worden, dat we ons niet meer laten wakker schudden door een mongooltje met de vraag: ‘are you happy, I am happy. Dat we in een sleur raken van gewoontes en onderdrukte gevoelens. Het kruis van Jezus wil ons hiervoor behoeden.

vader Paul

 

Preek op de 12e zondag na Pinksteren, 
15 augustus 2021, Ontslapenis van de Moeder Gods

Veel mensen vragen zich af: ben ik wel gelovig?  Geloof ik in God? En veel mensen hebben moeite om te geloven. Maar de vraag is eerder: gelooft God in mij, gelooft God in jou, gelooft God in mensen?
Die vraag zou iedereen zich veel meer moeten stellen. Want dan wordt duidelijk dat wij mensen iets heel bijzonders zijn, ook al maken wij mensen er samen vaak een grote bende van. Het maakt ons mensen bewust van onze waardigheid, en dat die waardigheid iets is wat ons gegeven is, omdat er voor ons gekozen wordt. Ook wordt duidelijk wat die waardigheid niet is. Het is niet waar wij mensen vaak tegenop kijken en wat vaak beloond wordt.
Bij de olympische spelen  zijn goud, zilver of brons beloningen voor sportieve prestaties en uiterst zware trainingen. Maar de waarde van de verliezers is er niet minder om. Ook sporters zijn kwetsbare mensen. Er waren deelnemers die moesten afhaken omdat de druk om te presteren hen te veel werd. Zij toonden de moed om daar eerlijk voor uit te komen.

Vandaag op het feest van Maria’s ontslapen wordt duidelijk op wat voor manier God in mensen gelooft. Want God kijkt niet naar wat mensen aan bijzonders presteren, God gaat voorbij aan mensen die in de wereld meetellen door hun kennis en kunde. God kiest in Maria een meisje uit een onbetekenend dorp, God kiest voor een mens die kwetsbaar is. Maria is een en al openheid voor wat God vraagt: Mij  geschiede naar uw woord, zegt zij tegen de engel Gabriel.
Er is een boek verschenen van een protestants theoloog Arnold Huijgen. Hij pleit voor een eerherstel van Maria in de protestantse kerken. Hij zegt: “Maria is natuurlijk een katholieke figuur. Maar dat puur ontvangen van wat God van haar wil, is toch ook protestants”.  De manier waarop Maria gelooft, kan katholieken en protestanten en ook orthodoxen verbinden. Ze is echt een icoon van Gods genade. Christenen van diverse kerken kunnen met de inspiratie die Maria geeft nog veel meer samenwerken bijvoorbeeld op het gebied van de diaconie. Maria is echt een dienstbare, diaconale figuur. De theoloog Huijgen zegt: “Wat zou het mooi zijn als katholieken en protestanten samen het Magnificat zingen”.

We moeten Maria zien vanuit het geheel van de Bijbelse traditie. In de Bijbel worden voortdurend hopeloze situaties geschilderd. Momenten dat je alle hoop zou verliezen. En dan juist zijn er vrouwen die volkomen machteloos zijn met wie God iets nieuws begint. Denk aan Sara die al te oud is om nog een kind te baren. Zij wordt de moeder van Isaac. En de onvruchtbare Hanna wordt de moeder van Samuel. Aan koning Achaz wordt voorgehouden: ‘zie de maagd zal ontvangen en een zoon baren: Emmanuel’. De oude Elizabeth is de moeder van Johannes de Doper. In deze lijn past ook de maagdelijkheid van Maria. Haar maagdelijkheid betekent niet dat het seksuele voor God verachtelijk is, helemaal niet. 2000 duizend jaar geleden had men nog geen weet van de vrouwelijke eicel en men meende dat het leven door het mannelijk zaad en door mannelijke potentie werd doorgegeven. De maagdelijkheid van Maria leert ons dat de redding van de wereld juist niet door menselijke macht tot stand komt, maar ons geschonken wordt door Gods werking. Maria is helaas te vaak als voorbeeld van braafheid en volgzaamheid voorgesteld. Maar we mogen Maria ook zien in de lijn van sterke Bijbelse vrouwen zoals Judith en Esther. Maria is met haar geloof een krachtige vrouw die in haar Magnificat een protestlied zingt tegen onrecht. ‘Machtigen stoot Hij van de troon en Hij verheft de geringen’. In het evangelie hoorden wij dat Jezus Maria niet prijst omdat zij haar moeder is. Bloedverwantschap wijkt hier voor iets anders. Maria deed wat God van haar vroeg tot onder het kruis toe. Zij is daarmee ook onze moeder. Ieder die Gods wil doet is moeder, zuster of broeder van Jezus. Wij allemaal mogen tot zijn familie behoren. God heeft Maria beloond door haar bij zich op te nemen in de hemel. Dat vieren wij vandaag. Want God gelooft in mensen, in Maria,  maar ook in u en in mij.

 

Preek op de 4e zondag na Pinksteren

Soms ontmoet je mensen die als volwassenen op latere leeftijd bewust tot het christelijk geloof gekomen zijn, mensen van wie je het vaak niet zou verwachten. Dit gebeurt ook in het evangelie van vandaag. Waar Jezus onder de indruk is van het geloof van een buitenstaander een Romeinse officier, een honderdman. De manier waarop deze man gelooft is duidelijk bepaald door zijn kijk op de wereld als legerofficier. Hij vergelijkt de macht van Jezus met de macht die hijzelf heeft over zijn soldaten, die de bevelen die hij geeft opvolgen. Wel, zo wil hij zeggen: op dezelfde manier heeft God in Jezus de macht om genezing te bewerken voor mijn zieke knecht. Zo gelooft deze man op een eigen persoonlijke manier. Velen van ons hebben het geloof met de paplepel meegekregen. Het gevaar is dat het dan iets vanzelfsprekends krijgt, iets sleets en alledaags. Het kan te gewoontjes worden. Dan is het goed om mensen te treffen die misschien een groot deel van hun leven een ongelovige waren, maar die het geloof ontdekt hebben als een bijzondere kracht. Een man die op latere leeftijd tot geloof gekomen was zei eens tegen mij: het kan niet anders dan dat het God zelf is die in mijn leven aan het werk is. Maar zei hij, u moet niet denken dat ik geen twijfel heb. Met mijn geloof zijn de vragen niet verdwenen. Naast de momenten dat ik voel dat God er is en dat God bij mij is zijn er net zo goed momenten dat God ver weg lijkt. Dan moet ik puur af gaan op het blinde vertrouwen. Ook deze man heeft een heel persoonlijk geloof, maar hij heeft ook de ontmoeting met andere gelovigen nodig om in het geloof te blijven volharden. En zo hebben we allemaal andere mensen nodig om ons geloof samen mee te delen, om het levend te houden en het niet te laten verkommeren.

En dit vinden we in een geloofsgemeenschap.Wat een geluk dat we vanaf nu weer regelmatig onze Byzantijnse vieringen kunnen houden, en hopelijk over niet al te lange tijd zonder de beperking van het aantal aanwezigen. Gelukkig kunnen we verder gaan als gemeenschap nu Hermann, Jan en Ilse om gezondheid redenen niet lange hun diensten hier konden voortzetten. We zijn dankbaar dat Wim Zwanikken tijdelijk het kosterschap op zich heeft  genomen en straks zullen Harm Goris en Freek Boers van de JOB deze taak vervullen. Naast Aschwin Sep zal Allard Griffioen acoliet zijn. We zijn ook hen erg dankbaar. Ook danken we het bestuur, Dorine en Anna Maria voor hun niet aflatende zorg, ook bij de ingewikkelde regelingen rondom onze vieringen in Coronatijd, samen met vrijwilligers.  En natuurlijk Dolf, onze dirigent en de zangers. Zo vieren we nu het patroonsfeest van onze gemeenschap Wladimirskaja. Want de Moeder Gods Maria met haar prachtige icoon is onze bescherming.

Maar het is allemaal niet vanzelfsprekend. Aan het einde van het evangelieverhaal uit Jezus een waarschuwing aan die kinderen van Israël die het laten afweten, hun plaats wordt ingenomen door buitenstaanders, zoals die honderdman. Laten wij die vertrouwd zijn in deze geloofs-gemeenschap dankbaar zijn voor onze medegelovigen, God-zoekers die zich blijven verwonderen. Straks hopen we weer met elkaar na de viering rond de koffie na te praten. Laten we elkaar daarbij versterken in ons geloof, vertellen over wat we in ons geloof aan rijkdom ervaren, zonder de vragen die we ook hebben te verzwijgen of weg te stoppen. En zoals de honderdman in het evangelie met zijn nood bij Jezus terecht kon, zijn zorg om zijn zieke knecht, zo moeten ook wij met onze zorgen van tijd tot tijd ook hier bij elkaar terecht kunnen en kunnen rekenen op elkanders medeleven. Dan zullen we ervaren dat Christus zelf bij ons is, met zijn bemoedigende en leven gevende kracht, onder de voorspraak en de bescherming van de Moeder Gods Wladimirskaja.

vader Paul