Preek op de Zondag na Kruisverheffing, 20 sept. 2026                                 

Op het feest van Kruisverheffing, afgelopen maandag, werd herdacht dat op 13 september 335 de Heilig Grafkerk is ingewijd. Nadat eerder in Jeruzalem het Kruis van Jezus was gevonden. Het kruis van Jezus staat centraal in ons geloof. Het kruis waaraan Jezus stierf werd voor hem de doorgang naar zijn Verrijzenis. En hiermee is het ook voor ons de weg tot onze Verrijzenis.

Tegelijk hoorden wij in het evangelie van deze zondag dat Jezus ons vraagt om Hem na te   olgen. En dat wij zelf óns kruis moeten dragen. Nu menen veel  mensen dat het kruis hier niet letterlijk moet worden opgevat. Maar dat hier al het lijden dat ons ten deel valt mee wordt bedoeld. Ieder huisje heeft zijn kruisje. Dat moet je dus maar accepteren.
Toch merk je in het evangelie dat Jezus heel erg begaan was met mensen die te lijden hadden: gebrekkigen, zieken, melaatsen, blinden. Jezus hielp hen door hun lijden te verlichten. Veel tijdgenoten van Jezus dachten dat die ongelukkigen gestraft waren door God om hun eigen zonden of die van hun ouders. Jezus kwam ook op voor mensen die als onrein werden gezien: zondaars en tollenaars. Jezus bedoelde met je kruis dragen niet dat die ongelukkige mensen hun lot maar moesten dragen. Hij wilde hun lot verbeteren.
Wat bedoelde Jezus dan met: je kruis dragen? Jezus wist dat ter dood veroordeelden de dwarsbalk van het kruis moesten dragen. Gebonden op hun rug liepen zij met deze balk door de straten van de Jeruzalem op weg naar de executieplaats. De voorbijgangers scholden hen uit en bespuwden hen. Want wie aan het kruis werd geslagen behoorde door de meest geminachte mensen. Gelovige joden meenden dat een gekruisigde door God vervloekt was. Vergeet ook niet waaróm Jezus gekruisigd werd. Omdat Jezus al die arme mensen en ook zondaars hielp werd Hij ook als onrein gezien, en als een Godslasteraar. Je kruis dragen betekent dan ook de schande dragen die de navolging van Jezus met zich meebrengt.
Want Jezus vraagt ons, zijn volgelingen dat ook wij net als Hij opkomen voor mensen die in onze tijd miskend, veroordeeld en afgewezen worden. En dat we zo solidair zijn met verschoppelingen dat we de minachting waar zij onder lijden meevoelen.

Dat kunnen ook  daklozen zijn. In een stad als Utrecht zijn het er veel. Vaak zijn het migranten uit Oost-Europese landen die door hun werkgever ontslagen uit hun woning gezet zijn. Je kruis dragen is dan delen in de minachting die zulke mensen ondervinden.
Ik sprak een vrouwelijke dominee die zich het lot van daklozen in Utrecht erg aantrekt. Zij vertelde hoe ze afgelopen januari toen het overdag 10 graden vroor op de Oude gracht een dakloze man zag liggen. In de vrieskou bijna bewusteloos, zijn slaapzak bedekte slechts zijn benen. Het lukte haar niet die slaapzak om die arme man heen te trekken. De vele voorbijgangers keken wel maar liepen onverschillig door. De politie die ze gebeld had kwam uiteindelijk na een tweede telefoontje en die twee agenten zeiden: een dakloze helpen daar zijn we niet voor, dakloos ben je door  eigen schuld. Toen kwam er een andere dakloze aangelopen die die ongelukkige man kende en samen met deze  andere dakloze heeft die dominee die man naar een daklozenopvang gebracht. Dit moet ons aan het denken zetten.

vader Paul

 

Preek op de 12e zondag na Pinksteren,  16 augustus 2026

We leven in een moeilijke en onzekere tijd. En dan gebeurt het dat vaak jongeren maar ook wel ouderen hun weg in het geloof vinden. Wat zoeken zij in het geloof? Meestal denken we aan steun, aan troost. Gods nabijheid geeft troost, en bij een kerkdienst samen met veel andere gelovige mensen geeft het troost dat je dan niet meer alleen bent. Het is anders dan in een vol voetbalstadion. Want in de kerk zoek je met anderen een antwoord op de diepste levensvragen. Maar, beste mensen, het geloof biedt niet alleen troost, niet alleen comfort, zoals de Engelsen zeggen, maar is ook challenge, een uitdaging en dat horen we in het evangelie van deze 12e zondag na Pinksteren.
Een rijk man vraagt aan Jezus: wat moet ik doen om het eeuwig leven te bereiken? Jezus nodigt hem uit om dan radicaal zijn rijkdom weg te geven aan de armen. Het is geen verplichting of gebod, het is een uitnodiging. Want alleen als wij mensen onszelf geven in vrijheid, worden we meer mens, het kan nooit afgedwongen worden. Maar dan beantwoorden we aan wat God met ons mensen bedoeld heeft. Maar die rijke man kan dit niet opbrengen. Hij kan zich niet losmaken uit zijn eigen vertrouwde kring van enkel rijke mensen, om het leven te delen met mensen die in armoede leven.

Het is een uitdaging, het is een sprong wagen. Wat dit allemaal voor ieder van ons betekent is nog niet zo makkelijk. Ikzelf zie me niet zo gauw mijn appartement verkopen, het geld weggeven en dakloos vertrouwen dat ik wel ergens opgevangen word. Mijn antwoord op de uitdaging die Jezus in het evangelie stelt is een compromis: terwijl ik het nodige weggeef houd ik nog genoeg over om een aangenaam leven te leiden.
Toch voelen we allemaal ook zorgen: wat worden de gevolgen van de klimaatverandering? Nog meer droogte en watertekort, of overstromingen, zeespiegelstijging? En wat staat de jongere generatie hier nog te wachten? Natuurlijk kunnen we zelf het nodige doen om de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken. Dat is nu onze uitdaging als bewoners van het rijke deel van de wereld. Het lijkt weinig wat ik zelf kan doen  maar alle beetjes helpen.

Toch blijven de zorgen. Deze zorgen zullen we bij God neerleggen. En hier is Maria ons voorbeeld. Ook haar leven was het antwoord op een challenge, een grote uitdaging. Durft ze het te wagen om moeder te worden van Gods Zoon, Jezus, verwekt door de Heilige Geest? Ze zegt er duidelijk ja, op: mij geschiede naar uw woord. Terwijl ze helemaal nog niet weet wat dit allemaal betekent. Terwijl Jezus eens aan het preken is roept een vrouw: ‘Gelukkig de schoot die U gedragen heeft en de borsten die U hebben gevoed.'  Maar Jezus antwoordt: 'Veeleer gelukkig die naar het woord van God luisteren en het onderhouden.'  Is dit een afwijzing van Maria door haar zoon? Nee, maar Jezus maakt de band met zijn moeder wel ondergeschikt aan zijn hemelse opdracht. En de grootste beproeving voor Maria komt als ze Jezus ziet lijden en sterven. Haar tenhemelopneming is een Goddelijke erkenning dat zij de juiste keuzes heeft gemaakt en trouw is gebleven aan haar opdracht van Godswege. Haar feest vandaag biedt ons dan ook troost, want ook ons wacht de verrijzenis als ook wij Jezus volgen. En Maria helpt ons ook bij de uitdaging die dit voor ons met zich meebrengt.

vader Paul

 

Preek op de 4e zondag na Pinksteren, 20 juni

Bij niemand in Israël heb ik een zo groot geloof gevonden, zegt Jezus.
Geloof is vertrouwen. Jezus prijst de Romeinse hoofdman, de centurio, om zijn groot vertrouwen, terwijl de man een heiden is. De kinderen van Israël brengen dat lang niet allemaal op. Op een ontroerende manier illustreert de hoofdman de aard van dit vertrouwen. Zoals hij bevelen geeft aan zijn ondergeschikten, en deze doen wat hij beveelt, zo heeft Jezus macht door zijn woord. De macht van God zelf komt in Jezus aan het licht, wat blijkt uit de genezing van de verlamde knecht van de honderdman. We krijgen hiermee als gelovigen het voorbeeld van vertrouwvol geloof dat iemand opbrengt die niet uit een gelovige traditie komt, een niet-Jood, een heiden.

Beste mensen, er zijn tegenwoordig jongeren die zonder geloof opgegroeid, toch ontdekken dat er een leegte is in hun leven die de wereld van vandaag niet kan vullen. Zij vinden het antwoord in het geloof. Hierdoor is de generatie Z, jongeren, van 18 tot 25 jaar méér gelovig dan de iets oudere generatie. Vaak tonen zij een heel persoonlijke relatie tot Christus. Ik sprak een jongen die niet gelovig opgevoed uit eigen beweging onlangs met Pasen gedoopt is. Hij vertelde mij hoe het geloof hem een vrij mens maakt. De wereld biedt allerlei verlokkingen die je uiteindelijk slaaf maken als je daar te veel aan toegeeft. Zoals Paulus het vandaag in het epistel verwoordt: je bent geen slaaf meer, als je Christus toebehoort. In de Byzantijnse liturgie valt de grote eerbied op voor het Mysterie van God dat gevierd wordt. Maar het goddelijke en het menselijke horen wel helemaal bij elkaar. De honderdman in het evangelie heeft zijn geloofsvertrouwen niet enkel voor zichzelf, hij is enorm begaan met een ondergeschikte, zijn knecht die hij als een medemens ziet. In de versie van Lukas van dit verhaal staat zelfs dat de honderdman heel veel van zijn knecht houdt. Geloof en Godsvertrouwen gaat samen met de liefde tot de naaste. Heeft Jezus niet gezegd: niet ieder die tot mij zegt Heer, Heer, gaat binnen in het koninkrijk der hemelen. En de apostel Johannes schrijft in zijn brief, als iemand zegt dat Hij God bemint maar tegelijk zijn broeder minacht of haat, die is een leugenaar. En dit alles geldt ook voor ons.

Als wij in onze vieringen iets van het Godsmysterie beleefd hebben gaan we niet meteen naar huis. Belangrijk is dat wij na de viering elkaar ontmoeten. Bij de koffie merken we hoezeer we een gemeenschap vormen die met elkaar meeleeft, in wel en wee. Het mysterie van God opent ons ook voor het mysterie van onze medemens, in wie God tegenwoordig is: wie hij of zij ook is, zonder dat we mensen op voorhand buitensluiten. Zoals Jezus de Romeinse hoofdman tegemoet kwam. Vandaag bij het patroonsfeest van onze gemeenschap eindigen we de viering met een gebed bij de icoon van de Moeders Gods Wladimirskaja. Want Maria is onze voorspraak bij God voor het welzijn van onze gemeenschap. Op de Wladimirskaja icoon zien we hoe Jezus die God is zijn aardse moeder omhelst, met een handje om haar hals. Hij drukt zijn wang tegen die van zijn moeder. Hier zien we hoe het goddelijke en het menselijke helemaal met elkaar verenigd, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

vader Paul

 

Preek met Pinksteren, 25 mei 2026 

Wij vieren vandaag het feest van de Heilige Geest. Wind en adem zijn bekende beelden om de Geest aan te duiden: je kunt de wind niet zien, maar je ziet wel wat wind teweeg brengt. Minder bekend is het beeld van het water om de Heilige Geest aan te duiden. We hoorden het zojuist in het evangelie. Als iemand dorst heeft kome hij tot mij. Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. De oude kerkvaders noemen water als symbool van de Heilige Geest omdat alles leeft en groeit en bloeit dankzij het water. En hoe water talloos verschillende planten en bomen vruchtbaar maakt. En dit gebeurt ook in mensen. Bij de één bewerkt de Geest van God de gave van profetie, bij de ander de gave van genezing, weer een ander legt de Schrift uit. De geest doet anderen uitblinken door zelfbeheersing, of door grote barmhartigheid. En in iemand als Navalny zie je hoe de Geest iemand aanzet tot martelaarschap.
De Geest blijft dezelfde, zoals water, maar de uitwerking is in ieder mens weer anders. En tegelijk brengt de Heilige Geest mensen die allemaal heel verschillend zijn tot elkaar. In liefde en verbondenheid die de polarisatie om zeep helpt. Het is het Pinksterwonder dat mensen met verschillende talen elkaar ineens gaan verstaan.

De Geest als water zien we op een bijzonder manier aan het werk bij het doopsel. Vanouds is de doop nauw verbonden met de zalving met chrisma olie, het sacrament van het Vormsel. Vandaag zullen Arnold en Mariska uit ons midden door dit sacrament van het Vormsel heel persoonlijk de Heilige Geest ontvangen. Zij hebben als kind het sacrament van de doop al ontvangen in een Protestantse kerk. Maar zij kiezen er voor hun geloof het meest te beleven volgens de Byzantijnse ritus binnen de katholieke kerk die we gemeen hebben met de Orthodoxe kerk.

Wat dit alles betekent voor hen en voor ons zien we als we de icoon bekijken van de nederdaling van de Heilige Geest. We zien de apostelen op een u-vormige bank tegenover elkaar zitten. In het midden is een lege plek. Hier is Christus mee aangeduid, die niet meer zichtbaar is, maar wel aanwezig. We zien naast die lege plek Petrus en Paulus, op deze twee apostelen is de kerk gebouwd. Ook al was Paulus er met dit Pinksterfeest nog niet bij. Vanuit een hemelsegment dalen de stralen van de Heilige Geest over deze leerlingen van Jezus neer. Onder de icoon zien we een zwart donker gat. En daar staat een gekroonde figuur. Dit is Kosmos, en dat betekent Wereld. De wereld heeft geen echte hoop, de wereld is vol onrecht en kwade machten die de dienst uitmaken. Maar de wereld is wel ontvankelijk voor de blijde boodschap die op een witte doek door de kosmosfiguur ontvangen wordt. De werking van de Heilige Geest blijft niet beperkt tot de kerk, maar is gericht op de wereld. Ook de wereld van vandaag. De Geest wil in deze door oorlog en strijd verscheurde wereld vrede, eenheid en liefde bewerken. Ook door ons. Op een heel persoonlijke manier mag ieder van ons getuigen van de liefde van God door ons doen en laten, onze manier van leven. Tegenover het geweld van de wereld met keiharde machten, hebben wij niet meer dan zachte krachten. Maar, zo is ons toegezegd, de zachte krachten zullen uiteindelijk overwinnen. Moge dit ons bemoedigen.

Vader Paul